De Familie De Meijer

 

Op 13 mei 2017 werd door Dr. Paul H.E.M. de Meijer het resultaat gepubliceerd van het onderzoek dat hij meer dan 50 jaar heeft verricht in Zeeuwse en Vlaamse archieven naar het ontstaan en de ontwikkeling van de familie de Meijer in het graafschap Vlaanderen onder de titel: 

 

Genealogie de Meijer, 1262 - 1509 - 2017. Van het leen up sabbins tot het Eiland van de Meijer

 

De oudste naamdrager, Gerardus dictus maior, was meier van de gravin van Vlaanderen over haar domein onder Doornzele (Evergem) en wordt in 1262 vermeld als leenman van de St. Baafsabdij van het leen up sabbins aldaar. De geschiedenis en genealogie van het geslacht de Meijer worden uitgewerkt vanaf Lieven de Meyere, de eerste bewezen voorvader van wie een officiële akte – een pachtcontract uit 1509 – bewaard is gebleven. De familie vestigde zich in 1697 in het toenmalige Staats-Vlaanderen en verbreidde zich vervolgens in vier takken over Zeeuwsch-Vlaanderen en in de 20e eeuw over heel Nederland. 

 

Sinds een eerdere publicaie van Dr. Paul H.E.M. de Meijer in Vlaamse Stam wisten we al met zekerheid dat de voorouders van Pieter de Meyere, die zich later in de Autrichepolder zou vestigen en zich de Meijer noemde, uit Oost-Vlaanderen kwamen. Voor de decennialange speurtocht van Paul de Meijer naar de herkomst van deze Pieter de Meyere en zijn voorouders wordt verwezen naar het artikel van Dr. Paul H.E.M. de Meijer in Vlaamse Stam van maart 2009 (alleen voor geregistreerde familieleden).

Tot dan was van het voorgeslacht van Pieter alleen bekend dat zijn vader Jan heette en dat hij twee broers had, Laureys en Matthijs, die zich ook in de Autrichepolder (nu Westdorpe) vestigden. De speurtocht van Paul de Meijer leidde naar Lochristi waar rond 1602 Lieven de Meyere werd geboren. Hij was landbouwer in de Eikstraat te Zeveneken, een dorp, dat nu een deelgemeente is van Lochristi in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen, gelegen midden in het Waasland tussen Antwerpen en Gent. De naam Zeveneken is mogelijk afgeleid van zeven eikenbomen die naast de Sint-Eligiuskerk midden in het dorp stonden.

 

Lieven en zijn vrouw Pierijntien (Petronella) de Waele hadden 7 volwassen kinderen, waaronder Jan, geboren op 23 januari 1633 te Zeveneken. Hij huwde op 29 april 1664 met Josijna de Wilde uit Kalken (7 km ten zuiden van Zeveneken). Het echtpaar kreeg 5 kinderen, waarvan de drie broers Pieter, Laureys en Matthijs naar de Autrichepolder trokken. Deze was in 1620, tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) in de Tachtigjarige Oorlog, aangelegd en drooggevallen nadat de Aartshertogen Albertus en Isabella van Oostenrijk de eerder ondergelopen schorren geschonken hadden aan de kanunniken van het kapittel van de Antwerpse Onze Lieve Vrouwekathedraal (ontleend aan: 'Het Zeeuws-Vlaamse Geslacht Pateer, Een genealogie' door Dr. P.H.E.M. de Meijer, Leiden, 1991). Pieter was geboren op 17 juli 1669 in Zeveneken en overleed te Westdorpe op 1 januari 1704. Hij huwde Vinne Goole te Zelzaete op 29 november 1697. In het toenmalige Staats-Vlaanderen, generaliteitsland onder direct bewind van de protestantse Staten-Generaal, moesten de katholieken uit Westdorpe en de omliggende polders in Zelzaete ter kerke. Dit duurde tot 1680. Vinne was uitbaatster van de herberg annex tapperij en winkel “De Veerschuit” op de Zwartenhoek bij het veer naar Axel. Een beroep dat, naast dat van landbouwer, belangrijk zou worden in de verdere geschiedenis van de de afstammelingen van dit echtpaar. Van de drie kinderen bereikte alleen Jan de volwassen leeftijd. Hij huwde Joanna Jacoba Verbrugge. Van hem stammen alle Nederlandse nakomelingen uit het hier beschreven geslacht de Meijer af via zijn zoon Pieter. Deze Pieter huwde drie maal. Uit zijn eerste huwelijk met Anna Maria de Rijcke uit de St. Albertpolder, westelijk van Sas van Gent, kwam een zoon voort, Jacobus Francies de Meijer, de stamvader van de West-Zeeuws-Vlaamse tak van, hoofdzakelijk, landbouwers. Bij zijn tweede huwelijk met Levina Waetsens werden geen kinderen geboren. Nog in hetzelfde jaar dat Levina stierf, 1765, huwde Pieter voor de derde maal met Elisabeth Duijck uit Bassevelde. Van hun zonen Lieven en Ferdinand stammen de andere takken van de familie De Meijer af.

 

Van de drie hoofdtakken wordt hierna een korte schets gegeven, grotendeels ontleend aan Dr. Paul H.E.M. de Meijer, "Beknopte historische beschrijving van het Zeeuws-Vlaamse geslacht De Meijer", Zaamslag / Arnhem 1984.

 

De Familie De Meijer in de 18e en 19e eeuw

De West-Zeeuws-Vlaamse tak

 

Jacobus Francies, het enige volwassen geworden kind van Pieter en Anna Maria de Rijcke, werd geboren in 1757 in de St. Janspolder te Assenede en huwde op 3 april 1785 te IJzendijke met Angelina Sturm. Na zijn huwelijk werd hij "kastelein"`( bedrijfsleider) voor Philippe François Lippens te Gent over diens 130 hectaren grote hofstede in de in 1784 ingedijkte Nieuw Hazegraspolder te Knokke, nu bekend als de hoeve "de Grote Stelle" gelegen aan de Hazegrasstraat 120 net buiten Knokke, de weg die naar Cadzand leidt.

 

Grote Stelle, Hazegras, Knokke 

De historische hoeve "Grote Stelle"aan de Hazegrasstraat in Knokke werd kort na het inpolderen van de Hazegrasschorren (1784-85) gebouwd in opdracht van dijkgraaf François Philippe Lippens. De gebouwen liggen aan beide kanten van de straat. Het 18de-eeuwse boerenhuis en de stal liggen ten zuiden van de straat. Achter het woonhuis werd rond 1800 een vleugel met een bakhuis, een zomerkeuken en een washuis toegevoegd. Ten noorden van de straat werd in 1885 een nieuwe, monumentale schuur opgetrokken ter vervanging van een oudere schuur die door brand was vernield. Ten noorden en ten oosten van de schuur staan nog enkele stallen uit 1941. In 2003 werd de hoeve beschermd als monument. Foto: Tijl Vereenooghe

 

Van 1792 tot 1803 keerde Jacobus Francies terug naar de Autrichepolder waar hij een grote boerderij pachtte. Ten slotte vestigde hij zich op een stee in de Hoofdplaatpolder (het huidige adres Oostlangeweg 14), hij overleed er op 16 september 1807. Zijn nazaten huwden met leden van o.a. de familie Calon, Sturm en Haverbeke en bestuurden (en besturen nog steeds) kapitale boerderijen in en rondom IJzendijke. Andere nazaten werden arts en tandarts. Zijn kleindochter Maria Theresia Janssens huwde met haar achterneef Franciscus Bernardus de Meijer, de latere koopman en scheepsmakelaar uit Terneuzen uit de tak, die hieronder wordt beschreven.

 

De tak van Lieven, Franciscus Bernardus en August de Meijer, scheepvaartondernemers in Terneuzen en Sas van Gent

 

De middelste van de drie zoons van Pieter de Meijer en Elisabeth Duijck was Jan de Meijer, geboren op 9 januari 1774 in Assenede. Bij zijn huwelijk met Johanna Maria de Letter, dochter van een gefortuneerde landbouwer in de Autrichepolder, was hij koopman in sterke dranken en hotelier in Sas van Gent. In oktober 1830, tijdens de Belgische Opstand, toen de gemeenteraad aansluiting zocht bij het opstandige zuidelijke deel van het koninkrijk, werd hij tot tijdelijk burgemeester van Sas van Gent gekozen ter vervanging van de zittende protestantse burgemeester. 

 

  J.M. de Letter

Johannes Bernardus de Meijer, oud 54 jaren

door J. Hemelsoet, lithograaf, Gand

  Joanna Maria de Letter, oud 79 jaren

 

De nalatenschap van Jan de Meijer, die niet voor niets "de rijke Jan Meijer" werd genoemd, bedroeg na aftrek van onkosten, legaten en schulden, bij zijn overlijden in 1861 het aanzienlijke bedrag van f1. 232.264,90 (ruim 2 miljoen euro in 2011). Dit was de helft van de gemeenschappelijke boedel en werd geërfd door de nakomelingen van zijn broers en zusters. Zijn echtgenote schonk haar helft een jaar later aan de niet verwante ongehuwde Sasse juffrouw, Lucia Cornelis. Het grote dubbele woonhuis van Johannes Bernardus de Meijer, het pand dat bekend stond als ‘Den Reijsenden Man en de Drij Passagiers’ werd geschonken aan de R.K. kerkfabriek van Sas van Gent. Het is nu een Rijksmonument en wordt gebruikt door de Woningbouwvereniging Sas van Gent en de Kring van Werkgevers.

 

De Drij Passagiers (1703) en Den Reijsenden Man (1671)

Het huis van de “Rijke Jan Meijer” in Sas van Gent. Sinds de schenking van het huis aan de R.K. Kerk door de weduwe De Meijer-de Letter wordt het ‘t Oude Klooster genoemd. Het huidig adres is Westkade 103-104. Zie hier voor de gedetailleerde beschrijving.

 

 De oudste zoon van Pieter de Meijer en Elisabeth Duijck, Lieven Bernardus de Meijer (geb. 1770, † Sas van Gent 1831) werd herbergier in "de Roode Leeuw" op de Grote Markt te Sas van Gent en landbouwer aldaar. Hij huwde op 25 april 1797 met Maria Johanna de Pauw, eigenares van een rijtuighouderij en vervoersbedrijf en landbouwster. Van hun kinderen is Franciscus Bernardus de enige met mannelijk nazaten tot de huidige tijd via zijn zoon Augustinus Bernardus.

 

 

Franciscus Bernardus de Meijer   Maria Theresia Janssens

Franciscus Bernardus de Meijer

  Zijn echtgenote Maria Theresia Janssens

 

In de familie staat het bovenstaande portret van Franciscus Bernardus bekend als "Beethoven", omdat het schilderij in het huis van zijn kleinzoon François Bernard aan de Westkolkstraat te Terneuzen boven de piano hing en door de dienstbode voor de componist werd aangezien.  Zijn echtgenote Maria Theresia was een dochter van Joanna Theresia de Meijer en Christiaan Janssens en dus een achternicht.

 

August de Meijer
Hun zoon August de Meijer, scheepvaartondernemer.

 

De geschiedenis van August de Meijer, de scheepvaartondernemer en oprichter van Aug. de Meyer & Zonen's Scheepvaart-, Expeditie- en Agentuur Maatschappij NV, opgericht in 1879 , wordt in een aparte sectie van deze website beschreven. De activiteit van de herbergiers in de familie ligt uiteindelijk ten grondslag aan de scheepvaartonderneming. In de herbergen bij het veer en later aan de kade in Sas van Gent kwamen veel schippers. Zij bevoorraadden zich bij de herbergier en lieten er hun post bezorgen. De leden van de familie De Meijer gingen allerlei andere diensten voor de schippers verrichten, zoals inklaren en bevrachten. De tak van Ludwig de Meijer is nog steeds douane-agent te Sas van Gent. August de Meijer begon eerst een herberg/hotel in Terneuzen voordat hij zich toelegde op havenactiviteiten. De bemoeienis van de familie met de haven van Terneuzen zou tot omstreeks 1980 doorgaan. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw verdween niet het bedrijf, dat eens door Aug. de Meyer werd gesticht, maar wel zijn naam uit de haven van Terneuzen. 

 

De kinderen van August de Meijer zouden allen actief worden in de scheepvaart evenals enkele van zijn kleinkinderen zoals elders  beschreven. Anderen werden arts, econoom, priester... en vestigden zich deels buiten Zeeuws-Vlaanderen.

 

Dr. José de Meijer (Sjef), zoon van François Bernard Gustaaf en Francisca Maria Wauters, promoveerde aan de Hogeschool in Tilburg, en werd, na een carrière bij het Van Leer concern en de Kamer van Koophandel in Rotterdam, benoemd tot staatsecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid in de kabinetten Marijnen (1963-1965), Cals (1965-1966) en Zijlstra (1966-1967). Hij was lid van de KVP (Katholieke Volkspartij). Hij zou later de familienaam August de Meijer aannemen.

 

José de Meijer
Dr. J.F.G.M. de Meijer, staatssecretaris (1915 - 2000) 

De tak van Ferdinand de Meijer

 

De jongste zoon van en Elisabeth Duijck, Ferdinand, was logementhouder aan de Westkade te Sas van Gent, handelaar en voerman. Hij huwde Petronella Drijoel in 1804 en hun zoon Pieter Ferdinand was Rijkssloeproeier, een ambt bij 's Rijks belastingen, en in de eerste jaren voogd van de jonge Augustinus Bernardus de Meijer. In deze tak komt de naam Ferdinand, Pieter Ferdinand en Ferdinand Pieter frequent voor. Veel leden van deze tak gingen in overheidsdienst. Jan de Meijer, geboren in 1917 in Middelburg, emigreerde naar Canada, waar zijn zoon Ferdinand Pieter (1945) nog woont.