Hubert de Meijer, de schilder, expositie 1985

 

De schilders Hubert, Hendrick en Hendrik de Meyer
Schilderijen van Huineman 

Overzicht werk Hubert de Meijer (alleen voor geregistreerden)

 

 

 

 Uit de Provinciale Zeeuwse Courant, najaar 1985

 

TERNEUZEN - Hubert de Meyer (75) wijst met z'n wandelstok naar het schilderij. ,,Als je er zo tegenaan kijkt, zal je zeggen: waar is nu dat koolzaad? Nou het zit hier, een klein geel streepje. Het is slechts een impressie. Maar het licht valt er niet goed op hè. Ik zal eens vragen of ze er een zwaardere spot op zetten". Het is de eerste keer dat oud-directeur Hubert de Meyer (door bekenden ook wel HAMA genoemd) van overslagbedrijf August de Meyer in Terneuzen een "groot aantal van z'n schilderijen exposeert". Het Terneuzens museum is er tot de nok toe mee behangen. Er hangen totaal 57 werken van de amateur-schilder. Eigenlijk hangt het een beetje te vol vindt hij, daardoor wordt een enkel schilderij, zoals 'bloeiend koolzaad' wet minder goed belicht. Maar in het algemeen is hij wel tevreden met de tentoonstelling die tot 19 januari duurt.

Er hangen heel oude werken bij, uit de jaren twintig, toen De Meyer bij toeval had ontdekt tekentalent te hebben. ,,Ik moet een jaar of twaalf geweest zijn, toen in de studeerzaal van het 'Canisiuscollege' in Nijmegen een medestudent een Indiaan aan het tekenen was. Dat intrigeerde me. Ik was zelf bezig in de boeken van Karl May en voor ik het wist had ik op de achterkaft van een schrift ook een Indiaan getekend".

Toen hij in de ziekenboeg van het college lag te herstellen van een griepje, begon De Meyer's kunstenaarsbloed pas echt te stromen: ,,Ik had een pasfotootje van keizer Franz Jozef van Oostenrijk, dat werd m'n eerste conté-tekening".

Zonniger

De Meyer deelt z'n werk in drie perioden in. De tijd dat hij als kind potlood en penseel hanteerde (ook zijn eerste schilderij 'Landschap met fazanten', hangs op de tentoonstelling), schilderijen uit de oorlog en recent werk sinds 1979. In de oorlogsjaren ontwikkelde hij onder invloed van oude Nederlandse meesters, die hij kopieerde, een eigen stijl. Het zijn donkere, dreigende lugubere schilderijen, vaak van Terneuzense objecten. Bijvoorbeeld een oude bark die de voormalige Terneuzense zeesluis invaart, de Vluchthaven en het remmingswerk van de Oude Oost-Buitenhaven. De Meyer werd vaak door zijn werk geinspireerd. Er hangen veel schilderijen met schepen, water en industrie. De amateurschilder laat zijn fantasie nogal eens de vrije loop. Hij schilderde de rede van Terneuzen rond 1800 met zeilschepen. Objecten die hij midden in de zomer waarneemt, krijgen uiteindelijk in het kunstwerk een winters karakter. ,,Ik schilder wet ik mooi vind, in feite maak ik de natuur mooier den ze is".

Het nieuwere werk van Hubert de Meyer ziet er wet zonniger uit dan de oorlogsschilderijen. ,,lk bekijk alles met een half dichtgeknepen oog. En na twee keer met m'n ogen knipperen, zit het in m'n kop, dan schilder ik een landschap feilloos uit". De Meyer is dol op kleuren, maar gebruikt ze selectief. Hij wijst naar een landschap met bomen. ,,Een heel beperkt kleurengamma gebruikt in dit doek. Ik hou erg van die kleur groen, het bestaat uit zwart met Indisch "geel". Een enkele keer maakt hij ook gebruik van zwart/wit foto's om die naar eigen inzicht na te schilderen. Kleurenfoto's gebruikt hij niet, omdat hij daardoor bevooroordeeld geraakt wat de kleurenkeuze betreft.

De schilderijen hebben korte eenvoudige titels de meeste spreken voor zich. De titel van een schilderij met twee electriciteits- centrales en een koeltoren werd aan de actualiteit aangepast. Eerst heette het 'Industrie' en De Meyer maakte ervan: 'luchtvervuiling-Industrie'.

Hoewel de schilderijen een beetje naar het impressionisme neigen, wil Hubert de Meyer zijn stijl niet in een bepaald vakje onderbrengen. ,,Ik doe niet aan -ismen. Ik schilder gewoon op de manier zoals ik het leuk vind". De Meyer is niet de enige bewonderaar van zijn werk. Een deel van de tentoongestelde werken is particulier bezit. Het grootste deel is te koop. De prijzen liggen tussen de 250 en 1350 gulden. Zijn meest recente schilderij: 'Schelde met zicht op het Sloe', dat een beetje doet denken aan zijn werk uit de oorlogstijd, is niet te koop.

Eigenlijk heeft Hubert de Meyer er spijt van dat hij geen beroepskunstenaar is geworden. Het bedrijf ging altijd voor, er waren lange perioden dat hij nooit een penseel ter hand nam. ,,Sommige werknemers die horen van de expositie zeggen: nooit geweten dat de oude baas schilderde". De Meyer is er zich van bewust dat hij van schilderen zijn professie had kunnen maken: ,,Ik heb jaren in Antwerpen en Brussel gewoond. Daar had ik eigenlijk de avondacademie moeten volgen. Maar ja, ik had het druk met ander vertier. Uitgaan enzo. Je kunt maar één ding tegelijk doen hè. Kijk, hier nog een meisjeskopje uit de beginperiode. Een beetje flauw met dat open mondje, maar tóch goed, vind je niet?".

 

Onder: aantekening uit het schildercahier van Hubert de Meijer.

 

 

 

 

 

 

 

 

Genealogie de Meijer

1262 - 1509 - 2017

 

Van het leen up sabbins tot het Eiland van de Meijer

 

auteur: dr. Paul H.E.M. de Meijer

 

Het onderstaande werk is de vrucht van 50 jaar onderzoek in Zeeuwse en Vlaamse archieven. De auteur beschrijft in dit boek het ontstaan en de ontwikkeling van de familie de Meijer in het graafschap Vlaanderen. De oudste naamdrager, Gerardus dictus maior, was meier van de gravin van Vlaanderen over haar domein onder Doornzele (Evergem) en wordt in 1262 vermeld als leenman van de St. Baafsabdij van het leen up sabbins aldaar. Het zegel dat zijn kleinzoon Boudewijn de Meyere sinds 1342 gebruikte is op de omslag van dit boek afgebeeld. De geschiedenis en genealogie van het geslacht de Meijer worden uitgewerkt vanaf Lieven de Meyere, de eerste bewezen voorvader van wie een officiële akte – een pachtcontract uit 1509 – bewaard is gebleven. De familie vestigde zich in 1697 in het toenmalige Staats-Vlaanderen en verbreidde zich vervolgens in vier takken over Zeeuwsch-Vlaanderen en in de 20e eeuw over heel Nederland. Sinds de jaren 1990 is de naam van de familie verbonden aan een nieuw natuurgebied, het Eiland van de Meijer, dat gelegen is tussen de Kraaghoeve, het dorp Zaamslag en het gehucht Spui in de huidige gemeente Terneuzen.

 

Voor bestellingen ga naar het einde van deze pagina.

 

 

Het boek bevat ruim 712 pagina's, 200 foto's, 17 tabellen en 2 registers. Het is te bestellen bij de auteur en kost € 59,50 (excl. verzendkosten).

 

Geef via het contactformulier uw naam, adres en telefoonnummer door. De auteur zal dan contact met u opnemen voor de afhandeling van de bestelling.

 

Verrebroek

 

Het dorp Verrebroek speelt een grote rol in de geschiedenis van onze voorouders. In zijn ruim 150 pagina's tellende monografie "Het Gelacht Van Haelst in Verrebroek"  gaat Guy van Haelst in op de plaats van onze voorouders in de samenleving van Verrebroek en omliggende polders en dorpen. 

 

De oprukkende haven en industrie westelijk van Antwerpen hebben het gebied onder de voet gelopen. Veel boerderijen zijn verdwenen, in de Prosperpolder is 'nieuwe natuur' gecreëerd en de Hedwigepolder, aan de Zeeuws-Vlaamse kant, wordt opgeofferd aan de 'natuurcompensatie'. De journalist-schrijver Chris de Stoop, boerenzoon uit St. Gillis-Waas, heeft hier een paar mooie boeken over geschreven: 'De Bres' en 'Dit is mijn Hof'. Lees meer...

 

Hieronder staat een samenvatting van een artikeltje, dat Guy van Haelst wijdde aan Verrebroek als bijlage bij zijn 'Mededelingen' betreffende onze familiegeschiedenis en genealogie. De passages, die al in de eerder genoemde monografie voorkwamen, zijn weggelaten.

 

 

Brouc aen de Verre

 

door Guy van Haelst

 

In de geschiedenis van ons geslacht vormt de oude poldergemeente Verrebroek (sedert 1977 fusiegemeente met Beveren) een belangrijke schakel tussen de 17e en 18e eeuw in. Vóór die tijd woonden onze voorouders in Belsele (gefuseerd met Sint-Niklaas) en, voor zover we konden nagaan in de cijnsboeken, nog eerder rond Eksaarde, Daknam en Dendermonde.'Zie de monografiën 'Speurtocht door de Middeleeuwen' en 'De Leenheren van het geslacht Van Haelst'.

Laurentius (Laureys) van Aelst (°St. Niklaas 1654) huwde op 17 mei 1618 in Verrebroek met de 16-jarige Cathelijne Van Dael (St. Niklaas 1662). Zij was door haar familie mede-eigenares geworden van een 'coorenwintmeule gestaen in de Hooge Wilde te Verrebrouc'. Om die reden vestigde Laureys zich in Verrebroek en toen Cathelljne kort na de geboorte van hun kindje jong overleed (ze was pas 26 in 1679) werd hij eigenaar van de windmolen. Zijn negen kinderen uit het tweede huwelijk (1681) met Maria Van Strijdonck werden allen in Verrebroek geboren. De tweede zoon Petrus, die in 1726 op 37-jarige leeftijd stierf, had het molenbedrijf voortgezet. Ook de kinderen van het 7e kind, Jan-Baptist van Aelst (tweemaal gehuwd en vader van 21 kinderen) zijn allen in Verrebroek geboren. Het is uit deze tak dat onze tot nu toe bekende stamboom zich ontwikkelde. De meeste kinderen bleven in Verrebroek of omgeving, één vestigde zich in Kallo en twee in Zuiddorpe, Zeeuws-Vlaanderen, waarover later meer. Gezien de belangrijke plaats die Verrebroek voor onze familie geweest is, vinden wij het van belang de historische, sociale, kulturele, politieke en economische achtergrond van deze plek in vroegere tijden te omschrijven.

 

De naam 'Verrebroek','Brouc aen de Verre', verschijnt voor 't eerst in in een oorkonde van 1141 ondertekend door paus Innocentius II. Daarin bekrachtigt de paus de begiftiging door Iwein van Aelst (1) als heer van Waas, gedaan in 1139. Dit behelsde de priorij te Saleghem die hij in 1136 had laten bouwen en andere bezittingen, waaronder Verrebroek, die hij in 1139 aan de abdij van Drongen schenkt. De 'verre' was een waterloop die liep van Sint Gillis naar Kallo. Hiervan bleef slechts een kronkelende gracht over. Gedurende honderden jaren (zeker vanaf de 14e eeuw) vocht deze nederzetting tegen het woeste Scheldewater. Naast ellende bracht dat ook voorspoed gezien een rijke polderklei zich verspreidde over het land. Hier kwamen natuurlijk ook dammen en dijken aan te pas die beurtelings wegspoelden en weer opgebouwd werden. Na verloop van tijd lagen hier in de naakte vruchtbare polderstreek hoeven met uitgestrekte landerijen die bewerkt werden dankzij talrijke knechten en meiden.

 

Wat verder op 'de Hoogen Wilde' waar magere zandgronden gebleven waren, hadden de boeren kleinere percelen, bescheidener hofsteden en minder volk. Ook de turfwinning kwam tot ontwikkeling zodat de bevolking op de zandrug zich gevoelig uitbreidde. Moer- of veendelvers vonden hun broodwinning "up die moere in de woestine". Tot ca 1570 was Verrebroek een centrum van de turfwinning.

 

 

De parochiekerk alhier heet niet voor niets St. Laurentius, hij was de patroon van de turfstekers. Werken en wroeten was hier het parool. Van onze voorvaderen bleven de taaisten het volhouden ook als gevolg van de natuurlijke selectie (2). Maar tevens ontstonden sterke familiebanden. Om te eten en te drinken bestonden allerlei gelegenheden: gildefeesten, openbare verkopen, kermissen, jaarmarkten, bruiloften, doopfeesten, uitvaarten... Toch was het dorp voor de polderboer eerst en vooral de kerk. De zware kerktoren van Verrebroek wordt niet ten onrechte de 'Kathedraal van de Polder' genoemd. Pastoors - onuitwisbaar merkteken - waren onkreukbaar en hadden veel invloed. De boeremensen keken naar hen op en vervulden ijverig hun kerkelijke plichten. Rijkere lui deelden bij begrafenissen en jaargetijden brood aan den armen uit. Ook van onze eigen voorvaderen hebben wij heel wat voorbeelden gezien van eeuwigdurende 'fondatie voor de armen van Verrebroek'. Zo ook in 1762 "compareerde voor ons meyer borgemeester ende schepene der prochie van Verrebrouc, in persoone Joseph van Haelst , filius Jan-Baptist, welcken comparant verclaert mits desen aen armen disch van het selve Verrebrouc midts desen te verkennen een eeuwige rente van acht guldens 't jaers, waer voren de voornoemde armen sal moeten doen een eeuwige jaergetijde voor de comparanten hunne ouders, susters, broeders ende aen het rouwde (rouwplechtigheid) met Uytdeelen voor de voornoemde acht guldens om thien schellingen broodt 't jaers (3).

 

Tot ver in de 19e eeuw konden de meesten noch lezen noch schrijven. Zo moesten zij als getuigen bij doopsels, huwelijken en begrafenissen een kruis onderaan het register plaatsen (4): 

dit is het merck: X 

Sic X signat sponsus

Sic X signat sponsa 

 

Het Land van Waas maakte, politiek gezien, eertijds deel uit van het graafschap Vlaanderen. In dat gebied waren er echter enclaves o.a. heerlijkheden door de graaf geschonken aan zijn trouwe vazallen zoals de heer van Aalst. de heer van Beveren, enz . Sommigen onder hen dachten ook op tijd aan hun ziele zaligheid en deelden dan met milde hand en in een gezegende sfeer van devotie, eigendommen uit aan de Kerk en abdijen. 

 

Zo kwamen vele bezittingen in de polder toe aan de abdij van Drongen (zie de schenking door Iwein van Aelst hierboven). Omdat zij zelf al bekeerd waren wensten de heren dat het ware geloof ook aan hun onderdanen verkondigd werd. Monniken werden hier de eerste dorpspastoors. Omstreeks 1400 telde men in Verrebroek ongeveer 1600 inwoners. In 1574 was dit reeds opgelopen tot 2100 inwoners. Vanzelfsprekend begonnen de adellijke machthebbers hun gebieden ook te verpachten. Contracten, rekeningen, eigendommen werden opgemaakt door de kasteleins. De Heerlijkheid van Beveren waartoe ook Verrebroek behoorde, was een belangrijk moergebied van de graaf. Het leverde 85 % van al zijn moerpachten op.Het einde van deze bloeiperiode kwam met de onderwaterzettingvan de Scheldepolders tijdens de Spaanse bezetting. Nadat Alva in de Lage Landen meer dan 1150 mensen liet onthoofden (waaronder o.a. de edelen Egmont en Hoorn), maar de Beeldenstorm niet kon beletten, dreef Alexander Farnese de opstandige Zeeuwen steeds verder naar het Noorden. Om die opmars onmogelijk te maken hadden de Geuzen in 1583 de dijken van de polders doorgestoken. Dit overspoelde alle gronden die lager dan 4 m boven zeeniveau lagen. Van Hulst tot Beveren stond bijna alles onder water. Enkel de zandige hoogten rond Verrebroek en Kallo staken boven het water uit.De Spanjaarden bouwden versterkingen o.a. een fort in Verrebroek. Hierdoor bleef permanent een Spaans garnizoen op dit grondgebied. Steeds meer mensen gingen op de loop. Meer dan 150 hofsteden waren verwoest en een 40-tal andere waren onbewoonbaar door de overstroming. Zelfs op de drooggebleven grond rond de kerk en de dijk was het niet veilig. Plunderende soldaten deden zich te goed. De rug die boven water bleef uitsteken was ongeveer 250 ha. Hierop kon men wat vee laten grazen of grond bewerken. In 1615 noteerde de bisschop van Gent dat er geen pastoor was en dat er 6 tot 8 gezinnen rond de kerk van Verrebroek Woonden. Die kerk bestond toen enkel uit een toren.

 

 

Toestand rond Verrebroek omstreeks 1600. De dorpskernen Verrebroek, Kallo en Kieldrecht liggen boven water; dit zijn de zgn. 'donken'.

 

In 1616 wordt dan de Verrebroekpolder drooggelegd (5). Bewoners keren terug, militairen uit het fort kopen grond en vestigen zich hier. Verrebroek kwam tot 400 inwoners. Op de Hooge Wilde werd een nieuwe windmolen gebouwd, er was immers opnieuw graan om te malen. Toch kwam aan de ellende nog geen einde. Bij de Slag van Kallo in 1638 probeerden de Staatse troepen (= de Noordelijke Nederlanden) na het vertrek van Farnese Antwerpen te veroveren. Eerst hadden ze succes maar uiteindelijk werd Willem van Nassau na een bloedige strijd verslagen. Bij deze gebeurtenissen lag Verrebroek weer in puin. De bisschop van Gent, Antoon Triest noteerde bij zijn bezoek aan Verrebroek een maand na deze veldslag: 'we hebben de kerk bezocht , totaal vernield door ketters. Er zijn weinig inwoners: bijna allen zijn gevlucht. Hun huizen zijn vernield en hun akkers verwoest. De pastoor is hardhorig, maar dat moet voorlopig zo blijven tot een andere zal gevonden worden voor zo'n afschrikwekkende plaats'.

 

Tien jaar later, in 1648, regelde de Vrede van Munster de politieke verhoudingen. De Zuidelijke Nederlanden bleven in Spaanse handen. Toch betekende dit geen volstrekte vrede: de omringende landen, de Republiek van de Verenigde Provinciën, Engeland en Frankrijk, vochten geregeld een robbertje uit, soms tegen Spanje , soms onderling.

 

Aan die Spaanse tijd kwam een einde met het Verdragvan Utrecht (1713) waarbij de Zuidelijke Nederlanden in het bezit kwamen van de Habsburgers, zeg maar de keizer van Oostenrijk. Het werd de tijd van de Verlichting waarbij men in naam van de Rede alles met het gezond verstand probeer de te veranderen. We herkennen die tijd ook in de voornamenvan ons eigen geslacht: vele Jozef's en Maria-Theresia's.

 

Het einde van deze eeuw bracht weer sombere tijden: de Franse Revolutie (1789). Drie jaar later trokken de Franse revolutionaire legers de Oostenrijkse Nederlanden binnen en versloegen de troepen van de Weense keizer. Dit was in het begin een schrikbewind: kerken, abdijen en kastelen werden geplunderd en in puin geschoten. Soldaten met brede broekspijpen (schimpend 'sansculotten' = zonder broeken genoemd) sleepten duizenden boeken uit de bibliotheken en verwarmden zich aan hun vuur. Bisschoppen, pastoors, kasteelheren en anderen verdwenen achter de tralies of werden vermoord. Kerkelijke diensten waren verboden. In oktober 1797 ging ook de kerk van Verrebroek dicht. Pastoor Martena dook onder. Missen, doopsels en huwelijken werden in het geheim gehouden (6). Koster Pieter Vereecken probeerde kerkmeubilair dat openbaar verkocht werd, te recupereren.

 

De pastoor hield het niet lang uit en stierf op 24 juni 1803. ln 1804 werd zelfs de torenspits gehalveerd om er een semafoor ten gerieve van de Franse legers op te plaatsen. Het is ons allen bekend hoe ons land na de Slag van Waterlo (1815) deel uitmaakte van het Koninkrijk der Nederlanden wat in de hele streek maar weinig toenadering tot het Zeeuws-Vlaanderen van de Geuzen van weleer meebracht. Dat Verrebroek nadien in het Koninkrijk België (1830) evenmin gehoord werd, zal wel niemand verbazen.

 

Tot in deze eeuw waren een aantal stamgenoten burgemeester (of echtgenote van de burgemeester) van Verrebroek:

Jan-Baptist van Haelst: 1750 - 1761

Robertina van Haelst was gehuwd met burgemeester Joannes Paulus van der Elst: 1761 - 1770

Ferdinandus Gregorius van Haelst: 1798 - 1827

Petrus Franciscus van Haelst: 1848 - 1864

Verscheidene van voorouders liggen begraven in het koor van de kerk of hebben een grafsteen verwerkt in de buitenmuur van het koor.

 

Na de laatste restauratiefase, die aanving op 1 augustus 1978 en werd beëindigd op 4 juli 1979, waarbij vloeren werden opgebroken, stelde men met verbazing vast dat van de grafsteen van Laureys van Aelst geen spoor meer te vinden was, terwijl anderzijds de vier skeletten (drie mannelijke en één vrouwelijke) nog bij elkaar lagen. In de loop der tijden werden grafstenen nogal eens verplaatst: dit stelt men vast in bijna alle kerken. Het resultaat van de restauratie was evenwel schitterend: wellicht tooide de 'kathedraal van de polder' zich zodanig om alle speculanten van havenuitbreidingen in de toekomst af te schrikken (de totale kostprijs van deze opknapbeurt bedroeg dan ook 57 miljoen) (7).

 

En wat met de mensen van nu? Je vindt er geen 'Van Haelst'en" meer zoals weleer op één enkele uitzondering na. En de mensen zijn geen polderboeren meer. In de voorbije 25 jaar veranderde de gemeente op elk vlak: bouwstop, onteigening en gemeentefusies, inwijking en 'n schuchter begin van 'n ambachtelijke zone. De grote bedreiging is de moeilijk te stuiten uitbreiding van de Antwerpse haven met sluizen, dokken, enz. In de jaren '60 stelde een gewestplan voor de woongebieden Kallo, Doel, Meerdonk en Verrebroek in hun totaliteit te onteigenen! Er werd zelfs een algemeen bouwverbod afgekondigd. Later werd dit gelukkig afgezwakt tot de lijn Verrebroek-Kieldrecht in het westen en de expresweg Antwerpen-Zelzate in het zuiden. Er is in ieder geval veel verdwenen: landschappen, oude namen, dijken en rijke polders. Zelfs de horizon en de lucht van weleer. Toch heeft Verrebroek nog rond 1700 inwoners ook door het scheppen van woonruimten voor inwijkelingen die elke dag naar Antwerpen en St. Niklaas pendelen.

 

Is er nog wel iets herkenbaar van de vroegere eigenheid? Zijn er nog "Flippen"? (de bijnaam van de Verrebroekenaars naar hun idool: de 1648 in Verrebroek geboren anatoom-patoloog dr. Philip Verheyen). Ook hier geldt die ontroerende poëzie van Wim Sonneveld:

"dit dorp, ik weet nog hoe het was,

de boerenkinderen in de klas, 

een kar die ratelt op de keien, 

het raadhuis met een pomp ervoor,

een zandweg tussen koren door, 

het vee, de boerderijen ..." 

 

____________

(1) Deze mogelijke verre voorouder stierf in 1144. Zijn gedenkplaat siert de abdij van Drongen. 

(2) 'Goed beeld van het leven in de polderdorpen vindt U in het Poldermuseum van Lillo-Fort. 

(3) Uit Erfenisboeken Verrebroek Boek 30 blz. 266-267 

(4) Jan-Bapt.Van Haelst (†1761) had evenwel 'n prachtige handtekening(zie Ie zending 

(5) Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621). In diezelfde periode werd ook de Autrichepolder bij Westdorpe aangelegd. Zie onder Familie De Meijer.

(6) Voor genealogen ia dit een zeer vervelende tijd. De parochieregisters werden immers niet regelmatig bijgehouden of zijn verdwenen, zodat men meestal niet over gegevens inzake geboorten, huwelijken en overlijdens beschikt.

(7) Of dit franken waren of euro's is niet vermeld.

 

 

Boeken

 

Genealogie

 

   

 

 

Genealogie de Meijer 1262 - 1509 - 2017

 

Paul H.E.M. de Meijer, Oegstgeest 2017

 

Het ontstaan en de ontwikkeling van de familie de Meijer in het graafschap Vlaanderen. De oudste naamdrager, Gerardus dictus maior, was meier van de gravin van Vlaanderen over haar domein onder Doornzele (Evergem) en wordt in 1262 vermeld als leenman van de St. Baafsabdij. Het zegel dat zijn kleinzoon Boudewijn de Meyere sinds 1342 gebruikte staat op de omslag. De geschiedenis en genealogie van het geslacht de Meijer worden uitgewerkt vanaf Lieven de Meyere van wie een officiële akte uit 1509 bewaard is gebleven. De familie vestigde zich in 1697 in het toenmalige Staats-Vlaanderen en verbreidde zich vervolgens in vier takken over Zeeuwsch-Vlaanderen en in de 20e eeuw over heel Nederland. Bestellen via deze link

Het Geslacht Maasdam   

Het Geslacht Maasdam

M.A.M. Mast en A.P. van den Hoek, Strijen / Puttershoek, mei 1986

 

Zeer uitgebreide stamboom van het geslacht Maasdam uit Maasdam vanaf Jan, geboren omstreeks 1500 in Maasdam. Het boek bevat een uitgebreid hoofdstuk in het Engels vanwege de emigranten naar de Verenigde Staten, Afstammelingen van Jacob Maasdam, geboren in Zuid-Beyerland op 26 maart 1813, die in 1849 emigreerde naar Pella, Iowa om zich aan te sluiten bij Ds Scholte, die al in 1847 was vertrokken.

Het Geslacht Haverbeke   

Het Geslacht Haverbeke, 450 jaar in de Vlaamse polders.

door Dr. P.H.E.M. de Meijer, Oegstgees, 2001

 

Familiegeschiedenis en genealogie van de familie van Elisa Haverbeke, de grootmoeder van Paul de Meijer. De Haverbeke vormen een groot Vlaams geslacht, dat in veel kwartierstaten van de hier besproken families voorkomt. Elisa Haverbeke was een goed en gastvrij verteller en haar familieverhalen hebben bij de schrijver al heel jong de belangstelling voor de genealogie gewekt. Dit resulteerde in een buitengewoon goed gedocumenteerde boek dat van belang is voor de genealogie van veel Zeeuws-Vlaamse families.

Het Zeeuws-Vlaamse Geslacht Pateer   

Het Zeeuws-Vlaamse Geslacht Pateer, Een genealogie

door Dr. P.H.E.M. de Meijer, Leiden, 1991

 

Genealogie van de familie van Paul's moeder Greta Julie Gusta Pateer, aan wie het boek is opgedragen. Het boek beschrijft o.m. de oorsprong van de familie Pateer in Westdorpe en de geschiedenis van het dorp, dat ook voor andere geslachten, die op deze site besproken worden, van belang is.

Genealogie van het Geslacht Stehouwer  

Genealogie van het Geslacht Stehouwer

ir J.A. van der Giessen, drs. L.M. van der Hoeven en C. Stehouwer

Historische Uitgeverij, Rotterdam, 1994

 

Genealogie van de afstammelingen van Aert Heijmansz, die in 1576 heemraad was in Ridderkerk en schout in Hendrik-Ido-Ambacht. Zijn afstammelingen noemden zich later Drogendijck en vanaf eind 17e eeuw Stedehouder, naar Cornelis Jacobsz Droogendijk, die president-schepen en stedehouder was van Hendrik-Ido-Ambacht.

 

Zeeuws-Vlaanderen

 

   
Rachel de Meijer   

Rachel de Meijer
Tussenland, Een reis door Zeeuws-Vlaanderen.

 

Kleindochter van Robert de Meijer en NOS-redacteur Rachel de Meijer (Breda, 1964) is opgegroeid in Zeeuws-Vlaanderen. Ze maakt een reis van Oost- naar West-Zeeuws-Vlaanderen en staat onderweg stil bij wat haar boeit, inspireert en fascineert aan dit vlakke polderland. Ze gaat in op de geschiedenis en haar persoonlijke herinneringen.

 

2014, Uitgeverij Conserve

Water zonder Klokgelui

 

 

Water zonder Klokgelui, Wout Bareman, co-auteur Rien Verbrugge

Heemkundige Vereniging Terneuzen, 2003

Uitgegeven bij de herdenking van de watersnood van 31 januari 1953 in de Grote Kerk van Terneuzen op 31 januari 2003.

 

Het eerste hoofdstuk handelt over de herinneringen van de toen zevenjarige Tom de Meijer aan die gebeurtenissen.

Onno Rottier   

Honoré Rottier

La Flandre Zélandaise, Etude de Géographie Régionale.

 

Proefschrift van dr. H.C.E.M. Rottier, die ook vele bijdragen leverde aan deze site. Behalve geograaf is Onno Rottier ook een groot kenner van de Middeleeuwen, heraldiek, de Cijnsboeken van het Land van Waas, de afstamming van Zeeuws-Vlaamse geslachten van Karel de Grote. Hij is ook de bron van de leden van de familie Rottier en vele aanverwanten in deze stamboom.

Excursion à Zélande   

Congrès International de Géographie, Amsterdam 1938

Excursion à Zeeland, 11-16 juillet

 

Uitgave t.g.v. bovenstaand congres van de Union Géographique Internationale onder patronage van H.M. Koningin Wilhelmina.

Directie Dr. P. Dieleman, gedeputeerde van de Provincie Zeeland.

Erecommitté, aangevoerd door Jhr. Dr. J.W. Quarles van Ufford, Commissaris van de Koningin van de Provincie Zeeland.

Dorpen

 

   

Zuiddorpe

 

 

Marie-Cécile Moerdijk

Onder de Linden, Het dorp waar ik geboren ben

 

De achterkleindochter van de gemeentesecretaris van Zuiddorpe ten tijde van Augustinus Adolphus van Haelst vertelt met liefde en humor over de gebeurtenissen in haar geboortedorp. Daarin komen regelmatig mensen voor uit de families, die op deze website worden beschreven: Van Waes, Puylaert, Van Haelst, maar ook dokter Melchers uit Koewacht. Hartverwarmend.

 

1987, Uitgeverij Michon BV, Bussum

   

Geschiedkundige Schets van de Kerk van Verrebroeck door E.H. Vyncke, pastoor

Sint-Nicolaas, 1913

 

De geschiedenis van deze parochie gaat terug tot 1140 toen Bernardus van Clairvaux Verrebroeck en de abdij van Saleghem onderbracht bij de abdij van Drongen.

Kronieken van St. Laureins   

Uit de Kronieken van Sint-Laureins vóór 1900 door Robert Bernaert, onderpastoor.

St-Laureins, 1970.

De inhoud van dit boekje is ook gepubliceerd in Vrij Maldegem rond 1973.

uit de Collectie van Godelieve van Lent-Speleers (De Speleers-Reynaert Stichting).

 

Parochiegeestelijken hielden zich regelmatig bezig met de geschiedschrijving van hun parochie. Ze hadden de parochieregisters, verplicht sinds het concilie van Trente, als primaire bron. Hier worden de families beschreven aan de hand van huizen en stukken grond gelegen aan de straten van het dorp.

     
     
     

Zuiddorpe

 

Inleiding

Geschiedenis
Asperges

Marie-Cécile Moerdijk

 

Inleiding

 

De eerste Van Haelst die vanuit Verrebroek naar Zuiddorpe trok was Augustinus Henricus (1751-1824), zoon van Joannes Baptista van (H)Aelst sr. (1697-1761) en Dorothea Picavet. Uit het Register van Requesten en Apostillen, Archief Axel boek 153, blijkt dat hij op zaterdag 29 mei 1782 de ‘Agtbare Heeren Burgemeester en Scheepenen der Steeden en Ambagten van Axele en Neusen te Axele verzoekt om het poorterschap om de pacht over te kunnen nemen van Petrus Johannes Cammaert en dat hij ongetrouwd is (31 jaar) en zijn zus meebrengt. Hij overlegt ook bewijs van goed gedrag en comportement namens de burgemeester van Verrebroek. Dit document is het oudste betreffende de vestiging van een Van Haelst in Zuiddorpe en het huidige Nederland (zie bijgaand document). Twee jaat later, op 22 juni 1784, huwt hij met Johanna Maria de Vliegher uit Koewacht en na haar overlijden in 1790 huwt hij in 1792 met Coleta d'Hert uit Overslag en na haar dood in 1800 met Joanna Jacoba IJsebaert uit Zuiddorpe; dat was op 22 juni 1801. Tot de dag van vandaag leven nazaten van Augustinus Henricus in Zuiddorpe.

 

De tweede Van Haelst, die zich in Zuiddorpe vestigt is Modestus Cornelius uit Kallo (1779-1847), zoon van Joannes Baptista jr (1741-1785) en Judoca Burm. Hij is dus een oomzegger van Augustinus Henricus, die een halfbroer was van z'n vader. Hij huwde in 1812 Sophia Coleta Bruggeman in Boekhoute en vestigde zich in 1830 op de hoeve het 'Vrijthof van Sint Joris' op De Muis aan het einde van de Sint Marcusstraat.

 

Hoe het de Van Haelst verging in Zuiddorpe wordt uitvoerig beschreven in 2 monografieën van Dr. Guy van Haelst:

 

1. Het Geslacht van Haelst in Zuiddorpe, 1999 (150 pagina's)

2. Hofsteden in Zuiddorpe, 2011 (52 pagina's)

 

Zuiddorpe

 

We verwijzen tevens naar de pagina over Augustinus Adolphus van Haelst, de 'monumentale burgemeester' en zijn echtgenote Rosalia Thomaes en zijn hoeve het 'Vrijthof van Sint Joris'.

 

De Geschiedenis van Zuiddorpe

 

Zuiddorpe: een dorp op een zandrug

 

Zuiddorpe doet een middagdutje. Alleen de lindenbomen op het dorpsplein fluisteren. Uit hun herfstlover torent de kerkspits omhoog. De linden kunnen veel vertellen. Over een oud dorp bijvoorbeeld pal aan de grens van Zeeuws-Vlaanderen en het echte Vlaanderen.

 

De linden verbergen ook veel, zoals het verfomfaaide, lege herenhuis dat al tientallen jaren staat te verinteresten. Vervlogen rijkdom, rottend verleden. Niet echt een sieraad voor dit veel bezongen dorpsplein.

Naast dat vervallen herenhuis loopt een verhard pad, de Monnikendreef. Dat is het pad naar de Middeleeuwen. Daar aan het eind van dit pad had ene Maria van Axel 'landerijen en moeren, gelegen in de parochie Zuiddorpe'.

 

Eerste levensteken

 

Die vermelding in een oud geschrift is het eerste levensteken van deze nederzetting. De eerste Zuiddorpse bewoning zal niet veel voorgesteld hebben: eenvoudige hutten van arbeiders die sliepen op de lemen vloer met hun hoofd op hun arm. Kippen, mensen, varkens, alles in één ruimte, leven van roggebrood, bonen en pap of de restjes ervan.

Wie het dorp nu binnenrijdt, bemerkt nog steeds een lichte verhoging in het terrein. Zuiddorpe ligt, zoals zoveel dorpen van de Zeeuws-Vlaamse grenskant, op een dekzandrug.

Nu ligt het te midden van gronden die later, rond 1600, na militaire overstromingen met klei bedekt werden. Die lagere gronden waren oorspronkelijk veengebieden. De middeleeuwers wisten daar wel weg mee. Ze groeven het veen weg en gebruikten de turf als brandstof.

 

Ter Hagen

 

Zodoende ontstonden er rond Zuiddorpe grote stukken uitgemoerde grond.

Ten zuiden van Axel lag in het midden van de dertiende eeuw het klooster Ter Hagen. Dat klooster en de directe omgeving kreeg in 1252 een overstroming te verwerken.

Na herstel van de dijken bleek het Gentse Bijlokehospitaal met 68 hectare moer een van de grootgrondbezitters in deze omgeving. Die eigendommen lagen vermoedelijk ook direct ten zuiden van Zuiddorpe.

Het ging daarbij om een veengebied dat al door een vaart doorsneden was zodat de aanwezigheid van een typische veennederzetting voor de hand ligt. Het veengebied ten noorden van Zuiddorpe heet in een Franstalige tekst van 1311 'Neufville'. Mogelijk wordt daar Zuiddorpe mee bedoeld, want dat komen we in 1320 tegen als Nieuwerkerk.

We kunnen aannemen dat er toen op de zandrug van Zuiddorpe juist een kerk gebouwd was. Die zandrug heette De Heerste, een naam die gebruikelijk is in deze streek.

 

Tobben met naam

 

Het was trouwens wel tobben met de naam. Zuiddorpe wordt in de bron van 1236 als parochie genoemd onder de naam Moere. Ook Overslag behoorde daarbij, aldus de vermelding.

In 1406 komen we Moere alias Sudorp tegen. In latere bronnen krijgt de naam Zuiddorp de overhand. Dat Zuiddorpe ook wel Moere heette, kan het resultaat zijn van de aanwezigheid ter plaatse van de plaatselijk invloedrijke heren van het Hof Ter Moeren. Hun landgoed lag iets oostelijk van het dorp.

In het dorp lagen in 1420, aan de zuidzijde van het dorpsplein De Plaatse, zes hofsteden. Deze boerderijen hoorden tot het eigendom van de abdij van Baudelo in Hulst. Blijkbaar lag De Plaatse min of meer oost-west en niet noord-zuid.

Het huidige prachtige dorpsplein met de eeuwenoude bomen bij de kerk, komt er voor in aanmerking, maar niet de noord-zuidstructuur van het veendorp. Die nederzetting is blijkbaar rond 1600 in de golven verdwenen.

De moeren ten zuiden van Zuiddorpe werden afgegraven. De kanalen naar Axel en de vaart die via Moerkerke en Overslag naar Gent liep, vormden de turftransportroute. Eenmaal het veen afgegraven, was de weg vrij om de vrijkomende zanderige grond agrarisch te ontginnen.

Die verandering in bodemgebruik is terug te vinden in de belastinginning uit die dagen. Rond 1450 worden de meeste betalingen van moercijns vervangen door grondcijns. Dat duidt op de voltooiing van een ingrijpende landschappelijke verandering.

 

Verdronken moeren

 

De moeren ten noorden van de rug van Zuiddorpe zijn na 1262 enkele jaren verdronken geweest. Dat betekent dat dit terrein ook met zout water doordrongen is geraakt. Dat er in deze omgeving zout gewonnen wordt, mag blijken uit de aanwezigheid van de Zeldijk in 1311.

Nog in 1438 moeten er in Zuiddorpe verplicht zoutketen worden afgebroken omdat ze een oneerlijke concurrentie betekenen voor de zoutindustrie van Biervliet.

De door afgraving verlaagde streek rond Zuiddorpe blijft tot ver in de vijftiende eeuw veilig achter de dijken liggen. Maar dan, tijdens een overstroming in 1488, breidt de Braakman belangrijk uit.

Enkele jaren later reikt het vloedwater van deze agressieve binnenzee tot aan de noordkant van de rug van Zuiddorpe. De militaire inundaties van de Tachtigjarige Oorlog brengen ook het gebied ten zuiden van Zuiddorpe onder getijdeninvloed.

 

Forten

 

Op de verdronken, leeggemoerde gronden wordt een kleilaag van wisselende dikte afgezet. Op uit het water stekende ruggen en dijkresten bouwen de strijdende partijen om het hardst forten en verdedigingslinies.

Pas na 1634 wordt er in deze streek gewerkt aan het herdijken tot kleipolders. Omdat Zuiddorpe door het water van het protestantse, Staatse Axel is afgesneden, kan de bevolking er katholiek blijven. Tot 1646, want dan valt het dorp in handen van Frederik Hendrik. De kerk raakt in handen van de protestanten. De katholieken zien zich gedwongen om in Wachtebeke en Overslag te gaan kerken.

In 1788 beschikken de katholieken van Zuiddorpe over een schuurkerkje. Het staat er nu nog, aan de Monnikendreef, totaal vervallen, in de verwilderde parktuin van het eerder genoemde lege herenhuis. Uit het ingestorte dak groeien wilde bloemen.

Pas in 1807, onder Lodewijk Napoleon, krijgen de katholieken van Zuiddorpe hun kerk terug. Het gebouw is in zodanig slechte staat dat er in 1817 een nieuwe kerk wordt gebouwd. Ook die is geen lang leven beschoren. De huidige kerk dateert uit 1886.

 

Geheimschrijver

 

Terwijl het veen van Zuiddorpe al eeuwen geen moer meer gaf, bleven de familienamen die aan de bedrijvigheid ontleend waren in de streek zwerven. Zo ook de naam Moerdijk, al in 1696 getraceerd in Lamswaarde. Ene Adriaan Moerdijk trok in 1784 naar Zuiddorpe. Zijn zoon Pieter bracht het tot geheimschrijver van koning Willem I. Zijn nakomelingen vervulden tientallen jaren lang het secretarisambt van de gemeente Zuiddorpe, opgeheven in 1970.

Zijn achter-achter-kleindochter Marie Cécile zou bekend worden als de nachtegaal van Zuiddorpe. Haar vader Jozef deed in zijn jeugd nog een poging om van de oude moergronden een vliegveld te maken.

Hoe dat ging, vertelt Zuiddorpe-kenner Etien Waelput: "Het zal rond 1920 geweest zijn dat de oude Moerdijk dacht dat hij kon vliegen. Dat was mode in die tijd, de eerste vliegtuigen weet je wel. Hij maakte een paar vleugels en ging naar het Boerengat, een kreek buiten het dorp. Daar klom hij hoog in een afgeknotte wilg en bond de vleugels aan zijn arm. Mijn vader hielp hem en deed Jozef een touw om zijn middel. Want stel je voor, als hij te ver vloog, dan zou hij aan de andere kant van de kreek op de harde grond landen. Eer het zover was, moesten zijn helpers hem terugtrekken zodat hij in het water zou vallen. Afijn Jozef beweegt zijn armen en springt klapwiekend als een meeuw uit die boom. Hij haalde niet eens het water, maar dook recht omlaag, Moerdijk met zijn kop in de modder.

Geen zand gelukkig, maar nog een beetje venig misschien. Later heeft hij het nog eens op de motor geprobeerd, met een oplopende stellage en dan een aanloop met vleugels aan de motor. Hij dook zo naar beneden. Jozef was secretaris van de gemeente. Hij heeft na die noodlanding veertien dagen niet kunnen schrijven."

Sommige verhalen zwerven door de geschiedenis om zich vast te klampen aan een plaatselijk gegeven om zodoende dorps- of stadhistorie op te tuigen. De sage van Vliegende Hollander, geclaimd door Terneuzen, is er een voorbeeld van. Net als de landing van de missionaris Willibrord bij Westkapelle op Walcheren, een landing die ook opgeëist wordt door Egmond aan Zee.

Zo'n zwerfverhaal leeft in Zuiddorpe. Het gaat om de introductie van het gewas boekweit in West-Europa. Waar kwam het vandaan? Wie heeft het meegebracht?

 

Tartaren

 

De Tataren zeggen sommigen?

West-Brabant had een kandidaat met ene Peter Martin uit Steenbergen.

Zuiddorpe, het dorp van de Boekweitfeesten, heeft een eigen versie van het antwoord. In de Hedendaagse Historie uit 1740 verschijnt voor het eerst de opvatting dat Jan van Ghistel, heer 'van den Moere en van Axel' boekweit in Nederland heeft geïmporteerd.

De herkomst van het gewas wordt in 1787 aan het verhaal toegevoegd. Dan weet de Axelse dominee Jan Scharp te melden dat Zuiddorpse Jan in zijn zakboekje een paar zaadjes boekweit heeft meegesmokkeld uit Italië of Duitsland.

Scharp memomeert ook het graf van Jan van Ghistel. Hij noemt een gebeeldhouwde zerk in de in 1817 gesloopte kerk. Later vond de geograaf Van der Aa deze deksteen bij de achterdeur van de sacristie.

In zijn verslag citeert hij het grafschrift met Jan's sterfjaar: 1426 of 1429. Hij vond er nog twee stenen, waaraan ooit marmeren platen bevestigd waren geweest. Hij vermoedde dat op die platen het verhaal van de boekweit moet hebben gestaan.

Tegenwoordig staat tegen de noordgevel van de laat-negentiende eeuwse kerk van Zuiddorpe een zeer verweerde middeleeuwse grafzerk. Op de steen zijn twee ridderlijke figuren te onderscheiden, maar de randtekst is onleesbaar geworden.

Nader onderzoek in de archieven leert dat de zerk die tegen de kerk staat die van Jan van Ghistel is en dat die uit 1437 dateert. De schriftelijke bronnen tonen ook aan dat de door Van der Aa beschreven brokken stenen van het monument afkomstig moeten zijn.

Zelfs de teksten van de platen, van koper, kwamen weer boven water. Over boekweit gingen ze niet...

 

Joos van Ghistel

 

Het verhaal van Jan van Ghistel is al in vroeg stadium verbasterd. Zo wordt Jan in 1775 verwisseld met zijn avontuurlijke kleinzoon Joos. Deze Joos van Ghistel staat te boek als een Nederlandse Marco Polo. In de periode 1481-1485 maakte hij een wereldreis waarvan het verslag uitvoerig in druk werd gepubliceerd.

Voor die dagen was dat een noviteit. Joos was in ieder geval de eerste Zuiddorpenaar die zegt een draak te hebben gezien. Nog wel in een hem bekend voorkomend landschap: in een moeras in de buurt van Beiroet.

Een latere schrijver weet te melden dat niet Jan maar de ondernemende Joos het boekweit meenam uit het Heilige Land. Hoe dan ook, het boekweit ontwikkelde zich tot, om de woorden van ds. Jan Scharp te gebruiken 'tot het brood voor de smalle gemeente.' Boekweit deed het goed op arme zandgronden, maar verdween in de Nederlanden tussen 1870 en 1930 uit de agrarische productie.

Het Zuiddorpse boekweit-verhaal kan met archief-gegevens makkelijk ontzenuwd worden. Al vanaf 1390, dus lang voor de tijd van Joos, vindt er een snelle introductie van boekweit plaats in de Nederlanden.

De centra zijn de Kempen en de IJsselvallei. Taalkundige gegevens doen vermoeden dat de boekweit langs drie zijden West-Europa binnenkwam: een noordelijke route, mogelijk via de Hanze met als naamtype boekweit, een oostelijk handelsweg met naamtype Heidenkorn of Pohanka en een zuidelijke route met als naamtype Saraceens of Moors graan.

 

Raam kerk Zuiddorpe

Boekweitfeesten

 

Dat boekweit exclusief via het lieflijke zandrugdorpje in Zeeuws-Vlaanderen geïmporteerd is, berust op een kleine mishandeling van de geschiedenis. Het belet Zuiddorpe overigens niet om elk jaar in augustus vol overgave de Boekweitfeesten te vieren. Al eeuwen blijft het inwonertal van Zuiddorpe ongeveer stabiel rond de duizend inwoners. Nooit zijn er impulsen of omstandigheden geweest die dit dorpje tot stad deden uitgroeien. Pastoor en boer beheersten het leven. Wie gezelligheid zocht ging 'op café': vijftig cafés op 258 huizen in 1926. Na een bezoek aan Zuiddorpe schreef koningin Juliana: "De schoonheid van uw eeuwenoude linden heeft ons zeer bekoord." Aan dat dorpsgezicht is sindsdien niet veel veranderend. Sluimerend op de grens van Zeeland en Vlaanderen reikt Zuiddorpe naar het eind van de eeuw.

 

Henk Boot, redactie BN/De Stem, Terneuzen.



Om verder te lezen:
 De vijftiende-eeuwse Gentse kunst in de Vier Ambachten door R.D.A. van den Elslande in Over den Vier Ambachten (1993).


Zuiddorpe en de boekweit door K.A.H.W Leenders in Over den Vier Ambachten (1993).

 Geplaatst met goedkeuring van de redactie.


Copyright BN/DeStem/Uitgeversmaatschappij Zuidwest-Nederland BV, The Netherlands.

 

Asperges

 

Volgens de bewoners van Zuiddorpe zijn hun asperges de beste die er zijn. En dat is natuurlijk ook zo. Je hoeft maar naar het stilleven van Adriaan Coorte te kijken om daarvan overtuigd te worden.De grond rondom Zuiddorpe heeft de juiste mengeling van zand en klei, die de beste asperges voortbrengt. Vroeger gingen we vanuit Terneuzen asperges halen in het dorp waar grootvader Camille van Haelst geboren was. Verser kon niet. Mia Puylaert-Temmerman kookte de asperges o.a. in crème-saus en ze maakte er asperge-crèmesoep van. Uit Zuiddorpe kwamen, naast asperges, natuurlijk ook haar Zuiddorpse vlaaien. Lees meer in het kookboekje van Mia Puylaert-Temmerman.

 

Adriaan Coorte werd geboren in IJzendijke als telg van een invloedrijk geslacht in het toenmalige Staats-Vlaanderen. Zijn vader Cornelis was griffier in IJzendijke en grootgrondbezitter. Dit 'Stilleven met asperges werd gemaakt in 1697, mogelijk in Vlissingen en maakt deel uit van de collectie van het Rijksmuseum. Bron: Zeeuws Tijdschrift 2015 (3-4), boekbespreking 'Adriaan Coorte uit IJzendijke. Een eenzame stillevenschilder' door Ton de Jong en Huib J. Platteel. Adriaan Coorte werkte rond 1680 bij Melchior d'Hondecoeter in Amsterdam, maar woonde 'n groot deel van zijn leven in Middelburg en Vlissingen. Andere schilderijen van Coorte hangen in het Mauritshuis (aardbeien, 1705), Het Zeeuws Museum (vanitas) en de National Gallery of Art in Washington D.C. (asperges met aalbessen, 1696).

 

Tom de Meijer

 

Stilleven met asperges van Adriaan Coorte

 

 Marie-Cécile Moerdijk

 

Marie-Cécile Moerdijk is ongetwijfeld een van de meest bekende personen afkomstig uit Zuiddorp. De zangeres en verhalenvertelster is de achterkleindochter van de gemeentesecretaris van Zuiddorpe ten tijde van Augustinus Adolphus van Haelst. Ze vertelt met liefde en humor over de gebeurtenissen in haar geboortedorp in het boekje 'Onder de Linden, Het dorp waar ik geboren ben'. Daarin komen regelmatig mensen voor uit de families, die op deze website worden beschreven: Van Waes, Puylaert, Van Haelst, maar ook dokter Melchers uit Koewacht. Hartverwarmend. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Subcategories


Notice: Undefined property: stdClass::$introtext in /home/qualitea/domains/familiedemeijer.nl/public_html/plugins/content/sigplus/sigplus.php on line 135

Boerderijen / Farms

 

 

 

 

Boerderij in West Zeeuws-Vlaanderen in 1931

 

De Meijer

 

De historische hoeve "Grote Stelle" in de Nieuw-Hazegraspolder onder Knokke, waar Jocubus Francies de Meijer van 1785 to 1792 kastelijn was voor Philippe François Lippens

 

Van Haelst

 

zie artikelen onderaan deze bladzijde

 

Van Dorsser

 

Zeezicht (in bewerking)

 

Maasdam

 

Hoekse Waard (in bewerking)

 

Thomaes

 

Lees het artikel 'Het Geslacht Thomaes in Poldernamen, Gedenkstenen en Grenspalen'

 

Puylaert

 

Zie de monografie Hofsteden in Zuidorpe van Guy van Haelst

 

Van Waes

 

in bewerking

 

Van Acker

 

De Geschiedenis van de familie Van Acker