Het Geslacht Thomaes

 

Inleiding

 

Prof. Dr. C.B.A.J.Puylaert vermeldt in zijn artikel "Een legendarisch man, De Rijke Thomaes" (Vlaamse Stam, 37e jaargang, nummer 11-12, Nov-Dec 2001, pag 560-572) de familiesage volgens welke de oudste Thomaes drie Schotse broers waren, die uit Frankrijk naar hier kwamen, met hun schaapskudden de kust volgend, op zoek naar schorren, naar “prés salés". In Zeeuws-Vlaanderen en de grensgebieden troffen zij die in grote mate aan, in het door oorlogen beschadigde, geïnundeerde en vooral lege gebied.

 

Ook Stanislas Mabilde, zoon van Idalia van Haelst en kleinzoon van Rosalia Thomaes vermeldt die sage in zijn brief aan Godelieve Speleers. Sommigen in de familie vertelden zelfs dat daar het rode en blonde haar van de nazaten vandaan kwam !

 

Sint-Laureins en omgeving

 

Wat hier ook van zij, de oudste ons bekende generaties Thomaes, te beginnen met Jaspar (de Oude, ± 1556-1626) gehuwd met Catharina de Neufville, kwamen uit Watervliet, Waterland-Oudeman en Sint-Jan-in-Eremo, nu kerkdorpen van Sint-Laureins, of uit Sint-Laureins zelf, gelegen in het Meetjesland halverwege Brugge en Gent.

 

Sint-Jan-in-Eremo

 

Vijf generaties later wonen Bernardus Jacobus Thomaes (1734-1819) en zijn vrouw Marie-Françoise Francke in Sint-Jan-in-Eremo in een pachthoeve vlak bij de Sint-Jansmolen, aan de hoek van de huidige Sint-Janspolderdijk en de Sint-Livinuspolder. Uit 1768 is  een pachtcontract bekend, waarin hij een partij land, groot ca. 19 gemeten of bijna 8 hectare, in leen hield van de heer van Waterland, Jan Joseph Veranneman, die tevens heer was van Watervliet, Gentbrugge en Steenbrugge. Dit leen was gelegen in de Jeronimuspolder en de bewuste partij land is exact te lokaliseren. Het lag in de hoek van de huidige Sint-Janspolderdijk en de Hoogstraat. Iets noordelijker staat nog steeds een boerderij (Sint- Livinuspolder nr. 3). Op een mooi getekende en ingekleurde kaart uit de tweede helft van de zeventiende eeuw zag die boerderij, vlakbij de molen van Sint-Jan in Eremo gelegen, er uit zoals op de kaart hieronder. Het gaat om een bakstenen woonhuis met twee dakkapellen en voorzien van een pannen dak en een schuur met met twee verhoogde mendeuren, bedekt met een schilddak van riet of stro. Hier wordt ook Constantinus Bernardus geboren en hoogstwaarschijnlijk brachten hij en zijn broers en zusters op deze boerderij hun jeugdjaren door. 

 

Huis bij de Sint-Jansmolen
Bron: Marc de Vleesschauwer, Kaarten & Plannen RABrugge, zie "Constantinus Bernardus (de rijke) Thomaes 1763 - 1843. Een zeer ondernemende landbouwer uit Biervliet" elders op deze site.
kerkje van Sint-Jan-in-Eremo
De Sint-Jan-de-Doperkerk van Sint-Jan-in-Eremo fungeert tegenwoordig als kapel. De Sint-Jansparochie werd voor het eerst schriftelijk vermeld in 1307. Vermoedelijk werd omstreeks dezelfde tijd een eerste parochiekerk opgericht. Deze werd bij een overstroming in 1375-1376 verwoest om in het begin van de 16e eeuw weer opnieuw te worden gebouwd. Eind 16e eeuw werd deze kerk beschadigd tijdens de godsdiensttwisten en in 1652 opnieuw verwoest door overstroming en storm. In 1682 werd een nieuwe kerk gebouwd en hetzelfde jaar werd deze kerk weer door overstroming beschadigd. Nadat herstel plaatsvond in 1683-1684 is het huidige kerkje tot stand gekomen (Wikipedia).


Constantinus Bernardus Thomaes

Constantinus Bernardus Thomaes

 

Biervliet

 

Nadat hij zich in eerst gevestigd had in de parochie Waterland-Oudeman, waar zijn echtgenote Susanna Dossche vandaan kwam, vertrok Constantinus Bernardus Thomaes met zijn gezin in 1803 naar de Helenapolder ten noorden van Biervliet, waar hij in 1802 een kapitale hofstede had gekocht met 68 ha landbouwgrond. Aan de hand van de bovengenoemde artikelen van Puylaert en De Vleesschauwer kan men een goed beeld krijgen van het leven van deze belangrijke ondernemende voorvader. Hij stierf hij op 8 november 1842 te Biervliet.


Markt 13 t/m 15
Constantinus Bernardus Thomaes bezat 3 panden aan de noordzijde van de de markt in Biervliet, de huidige nummers 13 (witte huis rechts) t/m 15. Op een publieke veiling van de nalatenschap van notaris Daniël Baert op 9 october 1839 kocht hij het woonhuis thans markt nummer 13.


Zie meer over de huizen van de familie Thomaes...

 

Jacobus Bernardus Thomaes (1814-1872), de oudste zoon van Augustinus Bernardus en Angelina Begheyn en de oudste broer van Rosalia Francisca (gehuwd met Augustinus Adolphus van Haelst), huwde in 1839 met Maria Elisabeth van Remortel. In 1867 lieten ze een monumentaal pand bouwen in Biervliet dat de hoek vormt tussen de huidige Stadhuisstraat en Maarleveldstraat. Op de publieke veiling van 1 april 1891 van verschillende eigendommen van de erfgenamen van Jacobus Bernardus Thomaes en Maria Elisabeth van Remortel is het huis in twee gedeeltes verkocht. Het grootste deel aan de Stadhuisstraat is gekocht door Johannes Franciscus Calon en het tweede gedeelte (thans Maarleveldstraat 7 ) is toen gekocht door Constantinus Bernardus Thomaes (1840-1910), de oudste zoon van Jacobus Bernardus Thomaes.

 

Huis Thomaes-Remortel te Biervliet

Huis Maarleveldstraat 7, Biervliet

 

Beide huizen zijn rijksmonumenten.

 

Hoofdplaat

 

Constantinus Bernardus werd in Hoofdplaat begraven, waar zijn zoon Augustinus Bernardus burgemeester was. Hij was getrouwd met Angelina Begheyn en werd ook wel de "Tweede Rijke Thomaes" genoemd. Hij liet de Thomaespolder en de Angelinapolder aanleggen, was lid Provinciale Staten en kandidaat lid voor de Eerste Kamer. Diens derde zoon Bernardus Josephus en zijn echtgenote Johanna Maria Goethals bouwden in 1875 het huis dat beschreven staat in het artikel van P.W. Stuij "Het Geslacht Thomaes in Poldernamen, Gedenkstenen en Grenspalen", gepubliceerd in de Nieuwsbrief van de Heemkundige Vereniging Terneuzen, nr. 81. maart 2012.


Stambomen


Van de familie Thomaes is (nog) geen alomvattende stamboom gemaakt. Op deze pagina's komt in de loop van 2016 een parenteel beschikbaar voor familieleden, die de huidige stand van zaken zal weergeven.

In de 19e eeuw heeft een van de achterkleinkinderen van Constantinus Bernardus een stamboom gemaakt met de nazaten t/m ongeveer 1906 (laatst vermeldde datum). We weten niet met zekerheid wie de maker is, maar het handschrift lijkt sterk op de kopie van het testament van C.B. Thomaes. In 1937 maakt Ceriel Petrus Thomaes een stamboom met de afstammelingen van Bernardus Jacobus Thomaes (1734-1819) en Marie Françoise Franke (1741-1797) en in 1976 werd, ter gelegenheid van een familiereünie in Hoofdplaat, een stamboom uitgegeven met de nazaten van Bernardus Josephus Thomaes (1818-1885) en Joanna Maria Goethals (1823-1891). Ook Godelieve Speleers zocht vele bronnen op, vooral in Sint-Laureins en omgeving. Al deze gegevens zullen in de nieuwe stamboom worden verwerkt, maar er blijven nog witte vlekke over van leden Thomaes uit de omgeving van Sint-Jan-in-Eremo, die we nog niet met de stamboom hebben kunnen verbinden.

 

De nakomelingen


Zoals Puylaert beschrijft, komen de nazaten van bovengenoemde "aartsvaders" voor in vele kwartierstaten van Zeeuws-Vlaamse families. De eerste generaties zijn nog in meerderheid landbouwer op vaak kapitale hofsteden in de polders tussen Biervliet en Hoofdplaat, maar ook elders in Zeeland en in de Vlaamse grensstreek. Latere generaties worden (of huwen met) notarissen, advocaten, brouwers en jeneverstokers, fabrikanten, geneesheren en hoogleraren, burgemeesters en leden van Provinciale Staten (zowel in Nederland als het huidige België) en priesters. Mgr August de Bock, zoon van Angelina Maria Thomaes, dv Augustinus Bernardus en Angelina Begheyn, behaalde aan de Gregoriana Universiteit in Rome zijn doctoraat theologie in 1883. In het begin van zijn loopbaan was hij achtereenvolgens onderpastoor te Lebbeke en in de parochies van Sint-Salvator en Sint-Michiels te Gent. In 1888 werd hij leraar geschiedenis en in 1891 erekanunnik van het Sint-Baafskapittel te Gent om er in 1897 vicaris-generaal van het bisdom Gent te worden. In 1901 werd hij titulair kanunnik en in 1909 deken van het kapittel te Gent, tevens directeur van de kloostergemeenschap der zusters van de H. Augustinus om in 1917 terug vicaris-generaal te worden.


Hij kreeg de opdracht van de apostolische nuntius om langer het bisdom te besturen tijdens de sedes vacante na de dood van Stillemans. Op 18 december 1922 werd hij huisprelaat van de paus, en was commandeur in de Kroonorde (Wikipedia).

Mgr August de Bock

Mgr August de Bock (foto: collectie bidprentjes Godelieve Speleers, ook geplaatst op Wikipedia)

 

19 maart 2016