Het Geslacht Thomaes in Poldernamen, Gedenkstenen en Grenspalen

 

door P.W. Stuij, gepubliceerd in de Nieuwsbrief van de Heemkundige Vereniging Terneuzen, nr. 81, maart 2012. Geplaatst met toestemming van de auteur en de redactie.

 

Als iets de familie Thomaes typeert dan is het wel het aanleggen van polders, het aankopen van gronden, het bouwen van hofsteden en het slaan van piketjes om het bezit te markeren !

 

P. Stuij, groot kenner van de geschiedenis van Zeeuws-Vlaanderen en meer in het bijzonder van de grenzen van de streek door de eeuwen heen, beschrijft de familie aan de hand van deze elementen. De Heer Stuij is erelid van de Heemkundige Vereniging Terneuzen.

Tom de Meijer        _

 

Inleiding

Nadat de Franse legers in 1794  Nederland waren binnengevallen werd in 1795, in het verdrag van Den Haag, Staats-Vlaanderen afgestaan aan Frankrijk, waarna het gebied werd ingedeeld bij het Département de l’Escaut. Omdat hierdoor de staatsgrens in dit gebied was verdwenen kon een rooms-katholieke landbouwer uit Sint Jan in Eremo zonder problemen verhuizen naar de Helenapolder en zich vestigen op een boerderij in de zuidoosthoek van die polder. Deze Constantinus Bernardus Thomaes (afb. 1, noot 11) en zijn echtgenote konden in de jaren na 1802 zeer veel landbouwgronden aankopen. Dat is in het kort het begin van de geschiedenis van de vestiging van het geslacht Thomaes in deze streek in 1803.

 

Dit geslacht Thomaes heeft in de loop der jaren vele sporen nagelaten, die in het huidige Zeeuwsch-Vlaanderen duidelijk aantoonbaar zijn. Die sporen bestaan uit:

  1. de namen van enkele polders,

  2. boerderijnamen,

  3. gedenkstenen,

  4. een koperen gedenkplaat,

  5. een gedenkraam,

  6. grensstenen,

  7. een particuliere polderweg.

Aan de hand van deze zeven categorieën wil ik aantonen hoe het geslacht Thomaes in de loop van twee eeuwen zijn stempel heeft gedrukt op het middendeel van Zeeuwsch-Vlaanderen. Daarnaast zijn er ook enkele zaken die wel met het geslacht Thomaes hebben te maken, maar waarin geen actieve rol werd gespeeld.

 

Ik ben dank verschuldigd aan de heer F.C.M. Thomaes, die vele opkomende vragen heeft beantwoord en de tekst van dit artikel kritisch heeft willen doorlezen. Bij hem mocht ik oude foto’s kopiëren en een schilderij fotograferen. Eveneens dank aan de bewoners van de diverse boerderijen, waar ik foto’s van de gedenkstenen en de gedenkplaat kon maken.

Bij de heer J.P. Thomaes mocht ik een foto van burgemeester  B.J.M. Thomaes kopiëren.

Ook dank aan ing. F.M. Mol van Rijkswaterstaat die me de lokalisatie van de Thomaesgeul bezorgde en het ontstaan van de geul verklaarde. Verder dank aan de heer C. Buysrogge, archivaris van de gemeente Terneuzen, die me opmerkzaam maakte op bestaande foto’s van de familie en aan de heer D. Thomaes uit Antwerpen, die me de foto van Elisabeth van Remortel toezond. Tenslotte dank aan mevrouw Van Damme, waar ik platen van het voormalige polderhuis in de Angelinapolder mocht fotograferen.

 

De foto’s en de tekeningen zijn gemaakt door de auteur, behalve afb. 1, 2, 3, 5, 14, 15 en 20.

 

Om de familieverhoudingen in de eerste periode te verduidelijken volgt eerst een sterk verkort overzicht ervan.

 

Vereenvoudigd en beperkt geslachtsregister

 

Constantinus Bernardus Thomaes (5-10-1763  -  8-11-1842)

 │

 │______ Augustinus Bernardus (2-10-1788  -  4-3-1855)  ∞  Angelina Begheyn († 2-7-1848)

 │        │

 │        │__ 1814  Jacobus Bernardus   ∞  Elisabeth van Remortel

 │        │

 │        │__ 1815  Petrus Leopoldus   ∞  Clarisse de Smet

 │        │

 │        │__ 1818  Bernardus Josephus   ∞  Johanna Maria Goethals

 │        │

 │        │__ 1821  Rosalia Francisca   ∞  Augustinus Adolphus van Haelst

 │        │

 │        │__ 1826  Ludovica Seraphina   ∞  Johannes Stevens

 │

 │

 │______ 1809 Felicitas Amelia Thomaes   ∞  Frans Huyghe

 

 

In "Een legendarisch man, De Rijke Thomaes” door prof. dr. C.B.A.J. Puylaert  staat een uitgebreidere genealogie van de familie Thomaes. Het is toegankelijk voor familieleden en geregistreerde genealogen. Registreer hier >

 

Verder wordt verwezen naar de stamboom / kwartierstaat op deze site.

 

1. Poldernamen

Door Augustinus Bernardus werden plannen gemaakt om de schorren ten oosten van de Hoofdplaatpolder te bedijken. Zuidoostelijk van die schorren lag een schorrengebied dat behoorde aan de Staat. In 1845 werden beide gebieden bedijkt met ertussen een scheidingsdijk. Deze grensdijk werd gericht op een grenspaaltje boven op de Olmendijk (zie 6.a.). Het gebied van de familie Thomaes kreeg de naam Thomaespolder. Voor het eigendom zie 3.a. en afb. 7.

 

Constantinus Bernardus Thomaes Angelina Begheyn

Afb. 1

Constantinus Bernardus Thomaes [11]

Afb. 2

Angelina Begheyn

 

In 1846 kocht Augustinus Bernardus, met vijf anderen, een hoog schoreiland in de Braakman.[1] Toen dit gebied een jaar later was bedijkt mocht hij, mogelijk omdat hij de enige in Zeeuwsch-Vlaanderen wonende grondbezitter was (de andere vijf woonden in België), de polder een naam geven. Het werd toen de Angelinapolder, genoemd naar zijn (waarschijnlijk pas overleden) echtgenote (afb. 2). Er werd een veerdienst ingesteld vanaf Biervliet naar de noordzijde van de polder en daar werd ook het polderhuis gebouwd. Dat is de boerderij aan de Savoyaardsweg. 

 

Boerderij Savoyaardsweg, Angelinapolder

Afb. 3

Fragment van een potloodtekening door P. de Smet van het vooroorlogse polderhuis

Oorspronkelijk had dit gebouw twee verdiepingen (afb. 3), maar na ernstige  oorlogsschade kreeg het huis zijn huidige vorm (afb. 4).

 

Deze Angelinapolder lag in twee gemeenten, deels in Biervliet, maar het grootste deel in Philippine. Omdat het niet wenselijk was dat allerlei kavels door deze gemeentegrens werden doorsneden, werd dat een aantal jaren later (1891) opgelost door de gehele polder aan Biervliet toe te wijzen, maar dat gebeurde dus pas na 44 jaar.[2]

 

 

 

 

 

 

 

 

Huidige boerderij Angelinapolder

Afb. 4

De huidige boerderij in de Angelinapolder

 

Elisabeth van Remortel

Afb. 5

Elisabeth van Remortel

Overzicht polders

 

Afb. 6

Schematisch overzicht van de Thomaespolder (T), de Elisabethpolder (E) en de Angelinapolder (A)

 

 

Op 15 april 1865 werd vergunning verstrekt aan de Domeinen de schorren in de Braakman, gelegen voor de Paulina- en de Beukelspolder, te bedijken. Omdat Jacobus Bernardus de meeste gronden in die polder bezat mocht hij de naam bepalen. Een jaar later werd het de Elisabethpolder, genoemd naar zijn echtgenote Elisabeth van Remortel (afb. 5). Zo waren in totaal drie polders via hun naam rechtstreeks verbonden met het geslacht Thomaes. Afb. 6.

 

2. Boerderijnamen

Enkele namen van boerderijen zijn een erfenis van het geslacht Thomaes.

De boerderij De Hoekstee kreeg zijn naam in 1960 toen F.C.M. Thomaes daar zijn intrek nam. Zie afb. 18. Deze nieuwe naam was een idee van zijn moeder. De hofstede was immers gelegen in een hoek van de Hoofdplaatpolder en dat was tevens de zuidoosthoek van de toen nog zelfstandige gemeente Hoofdplaat.

 

In dezelfde tijd gaf zijn moeder ook een naam aan de iets meer westelijk gelegen boerderij. Dat werd het Jagershof, omdat daar al meerdere geslachten zich hadden beziggehouden met de jacht.

Beide boerderijnamen zijn dus nog maar een halve eeuw oud.

 

 3. Gedenkstenen

a. Op een duiker in het noordelijke deel van de Olmendijk (de oostelijke dijk van de Hoofdplaatpolder), op slechts ongeveer 100 m vanaf de zeedijk, ligt een steen van 90 bij 70 cm met de tekst: “Eigenaar van dezen Thomaespolder Heer A.B. Thomaes, zoon van Constantinus, medeëigenaar Felicitas Thomaes in huwelijk met den Heer Frans Huyghe. Ingedijkt in het jaar 1845 door de aannemers P.J.Croin en J.J.van Uije, waarvan de Hoofddirecteur is geweest de WelEdGestrenge Heer Caland. Houder der orde van den Nederlandschen Leeuw, Hoofdingenieur der Provincie Zeeland.”. Afb. 7. Dit is niet de oorspronkelijke plaats. In de uiterst noordelijke punt van de Thomaespolder lag een gemetselde duiker, waarin de steen was aangebracht. Met de dijkverzwaring van het Deltaplan moest deze duiker verdwijnen en na een omzwerving is de bedoelde steen door het Waterschap Het Vrije van Sluis in april 1995 op de dijk boven deze nieuwe duiker geplaatst.

Augustinus Bernardus en zijn zuster Felicitas Amelia waren dus de eigenaars van deze Thomaespolder, die in 1845 was bedijkt samen met de Paulinapolder. Een dijk vormde de grens van het bezit van de familie. Dit was dus een grensdijk en geen waterkerende dijk.

 

 

 

Steen op duiker

Afb. 7

Steen op duiker bij de zeedijk.


Huis Thomaespolder

Afb. 8

Huis Thomaespolder

 

b. Aan deze grensdijk werd het volgende jaar een boerderij gebouwd, die tevens dienst deed als polderhuis. Afb. 8. Hier kon het polderbestuur, dat wil zeggen de familie Thomaes, zitting houden.

Op een steen boven de deur staat vermeld: “Deze HOFSTEDE is Gesticht in het Jaar 1846 door de Heer A B THOMAES Burgem(eeste)r van de HOOFDPLAAT en deszelfs Echtgenoot Angelina Begheyn”. Afb. 9.

Deze steen wordt beschermd door een zogenaamd kettingbeding. Dat wil zeggen dat in elk koopcontract van de boerderij een bepaling is opgenomen, dat deze gevelsteen op die plaats altijd zichtbaar moet blijven. Op overtreding van deze bepaling staat een groot boetebedrag.

 

c. In 1831 kocht Augustinus Bernardus Thomaes een boerderij in de Lovenpolder, gemeente Hoek. Twintig jaren later bouwde hij daar een nieuw huis. Op deze boerderij, Lovenpolderstraat 6, is boven de deur een steen aangebracht met deze gegevens (afb. 10).

 

Gevelsteen Huis Thomaespolder Gevelsteen boerderij Lovenpolder Gevelsteen boerderij Angelinapolder

Afb. 9

Gevelsteen polderhuis Thomaespolder

Afb. 10

Gevelsteen boerderij Lovenpolder

Afb. 11

Gevelsteen boerderij Angelinapolder

 

d. In 1847 was de Angelinapolder bedijkt en werd een boerderij gebouwd in het noordelijke deel van de polder, aan de Savoyaardsweg. Ook hier wordt op een steen boven de deur vermeld dat A(ugustinus) B(ernardus) deze boerderij, tevens polderhuis, bouwde in 1852 (afb. 11).

 

e. Enkele jaren later werd een in 1834 gekochte boerderij vernieuwd aan de Binnendijk (nu Binnendijk 5), ten oosten van Hoek. Een steen boven de voordeur meldt dat dit gebeurde in het jaar 1854 door A(ugustinus) B(ernardus) Thomaes (afb. 12).

 

Gevelsteen boerderij Binnendijk Gevelsteen Jagershof Steen in schuur Jagershof

Afb 12

Gevelsteen boerderij Binnendijk

Afb. 13

Gevelsteen Jagershof

Afb. 16

Steen in schuur Jagershof

 

f. Een zoon van Augustinus Bernardus erfde in 1855 een boerderij in de Hoofdplaatpolder. Dat werd het latere Jagershof, Kaaidijk 1. Omdat de oude woning werd vervangen meldt een steen boven de voordeur: “Dit gebouw is gesticht door B(ernardus) J(osephus) Thomaes en deszelfs echtgenoot Joh.M.Goethals 1860”. Afb. 13, 14 en 15.

 Bernardus Josephus Thomaes  Johanna Maria Goethals

Afb. 14

Geschilderd portret van Bernardus Josephus Thomaes

Afb. 15

Jonanna Maria Goethals

Bernardus Josephus Thomaes

Johanna Maria Goethals

Bernardus Josephus Thomaes

click op de foto om te vergroten

Johanna Maria Goethals

bij fotograaf Beernaert Frères à Gand

click op de foto om te vergroten

Schoolstraat 13, Hoofdplaat

Het huis van Bernardus Josephus Thomaes en zijn echtgenote Johanna Maria Goethals. Thomaes heeft dit huis gebouwd in 1875, nadat hij de bouwgrond (0.41.06 ha) op 19 augustus 1874 had gekocht van Charles Serrarens voor fl. 1.600,-. (bron F.C.M.  Thomaes). Deze en de twee foto's van het echtpaar komen niet voor in het oorspronkelijke artikel van P.W. Stuij.

 

g. Omdat een oude schuur door oorlogsgeweld was vernield, werd op het Jagershof een nieuwe schuur gebouwd. Daarin bevindt zich eveneens een gedenksteen. Daarop wordt vermeld dat op 18 december 1951 de eerste steen werd gelegd door de heer Hanny Thomaes. Afb. 16.  Dat is de vader, respectievelijk schoonvader, van de huidige bewoners. Maar de echte door de heer Thomaes ingemetselde steen zit daar kort boven (afb. 17).

 

De eerste steen Steen in De Hoekstee Koperen gedenkplaat

Afb. 17

De echte eerste steen

Afb. 18

Steen in De Hoekstee

Afb. 21

Koperen gedenkplaat

 

h. Van meer recente datum is de steen naast de deur van de boerderij De Hoekstee in de zuidoostelijke hoek van de Hoofdplaatpolder. Hierop staat te lezen: “F.C.M. Thomaes. 1960”.  Afb. 18. Dat is het jaar dat de genoemde heer Thomaes zich daar vestigde. Inmiddels zet zijn zoon het bedrijf voort.

 

Steen in gemeentehuis Hoofdplaat

Afb. 19

Steen in het gemeentehuis van Hoofdplaat.

Hierop ook de familienamen De Meijer en Van Haelst,

die elders op deze site worden besproken.

Bernardus J.M. Thomaes

Afb. 20

Burgemeester Thomaes (fragment van groepsfoto)

Gedenkraam kerk Hoofdplaat

Afb. 22

Gedenkraam in de kerk van Hoofdplaat

Hoofdplaatpolder

Afb. 23

Schematische tekening met kavels in de zuidoostelijke hoek

van de Hoofdplaatpolder naar de kaart van D.W.S. Hattinga

(1782). Collectie De Waard 1588.

 

i. Tenslotte wordt op een gedenksteen van 1913, in de buitenmuur van het voormalige gemeentehuis van Hoofdplaat, vermeld, dat de voorzitter (burgemeester) B. Thomaes was. Afb. 19.

Deze Bernardus J.M.Thomaes was burgemeester van Hoofdplaat van 1910 tot 1941. Afb. 20. De steen werd aangebracht in het nieuw gebouwde gemeentehuis. Naast de burgemeester worden de zeven raadsleden, de secretaris, de architect en de aannemer genoemd.

Ook zijn vader Prudent had datzelfde ambt bekleed van 1907 tot 1910. En zelfs diens grootvader was daar burgemeester geweest van 1827 tot 1847. Dat was Augustinus Bernardus, dus de medeëigenaar van de Thomaespolder en bouwer van het polderhuis.

 

4. Een koperen gedenkplaat

Op de gevel van de schuur bij De Hoekstee is een koperen plaat bevestigd die aangeeft dat die schuur is gebouwd in 1985 (afb. 21).

 

5. Gedenkraam in de r.k. kerk te Hoofdplaat

Nadat het oude kerkje van 1795 te klein was geworden werd een nieuwe Sint Eligiuskerk gebouwd, die in 1861 in gebruik werd genomen.[3] In 1916 kwam daar pastoor Van den Muyssenbergh. Deze vierde op 27 mei 1923 zijn zilveren priesterfeest. Bij die gelegenheid werd door de 78-jarige Prudence Thomaes en haar familie (ze had een broer en enkele ongehuwde zusters) een gebrandschilderd raam geschonken (afb. 22).

Prudence was een ongehuwde kleindochter van Thomas Thomaes, een broer van Constantinus Bernardus. Deze woonde vanaf 1829 als pachter op het Reigershof in de Helenapolder en later op kavel 12 in de Hoofdplaatpolder (afb. 23). Prudence woonde in het dorp Hoofdplaat.

 

6. Grenspalen

De grenspalen en de in dit hoofdstuk genoemde boerderijen zijn getekend op afb. 24.

a. Constantinus Bernardus woonde van 1803 tot 1835 op boerderij A  in de zuidoosthoek van de Helenapolder. Op boerderij C (later De Hoekstee) in de zuidoosthoek van de Hoofdplaatpolder woonde Jasper Jansen Verplanke van 1816 tot 1830. Toen Constantinus in 1820 de dijk (en de wegen) had gekocht van de Domeinen[4] werd op de scheiding van hun eigendommen een grenspaal (nummer 1) gezet (afb. 25 en 26).  Dit paaltje moet dus zijn geplaatst tussen 1820 en 1830 en is nu te vinden aan de voet van de Olmendijk, tegenover de vijver van de boerderij De Hoekstee. Eertijds stond het boven op de dijk en diende tevens een aantal jaren later als richtpaal voor de scheidingsdijk tussen de Thomaes- en de Paulinapolder.

 

b. Toen Cornelis van der Hoofd de buurman werd van Constantinus door zich in 1832 te vestigen op boerderij B aan de Helenaweg in de Helenapolder, werd op de scheiding van hun bezittingen een grenspaaltje (nummer 2) geplaatst (afb. 27 en 28).  Dit paaltje moet dus zijn gezet tussen 1832 en 1835 en is te vinden aan de westelijke zijde van de dijk van de Helenapolder, de Konijnenbergweg, tegenover de boerderij Konijnenberg. Doordat de paal een aantal malen is beschadigd en weer hersteld zijn de inscripties niet meer leesbaar.

 

c. Toen Augustinus Bernardus in 1855 overleed moest een boedelscheiding worden gemaakt. Daarnaar verwijst de grenspaal (nummer 3), die scheiding maakte tussen het erfdeel van Jacobus Bernardus en dat van zijn broer Bernardus Josephus (afb. 29 en 30).  Deze moet dus enige tijd na 1855 zijn geplaatst.

Jacobus Bernardus woonde op de boerderij in de zuidoosthoek van de Helenapolder, waar zijn grootvader Constantinus Bernardus zich in 1803 had gevestigd.

Bernardus Josephus woonde eerst aan de Binnendijk in Hoek op de boerderij die zijn vader in 1854 had gebouwd (afb. 12), verhuisde later naar de hoeve Konijnenberg in de Helenapolder (1847-1852)[5] en tenslotte naar de boerderij die later de naam Jagershof zou krijgen (zie 3.f).

Het paaltje is te vinden aan de westzijde van de oostelijke dijk van de Helenapolder, ongeveer 100 m ten noorden van de inrit van boerderij A. Het staat beneden aan de dijk, op de plaats waar de bomenrij ophoudt. Door de begroeiing met korstmossen zijn de inscripties niet meer leesbaar.

 

d. In diezelfde tijd moet ook de grenspaal (nummer 4) zijn geplaatst die scheiding maakte tussen het bezit van Bernardus Josephus en zijn zuster Ludovica Seraphina, die met Johannes Stevens was gehuwd.[6] Daarom wordt op de steen aan de ene zijde vermeld J. Stevens- Thomaes. Op de andere zijde staat: B.J. Thomaes (afb. 31 en 32).

Het paaltje is te vinden boven op de Olmendijk aan de noordelijke zijde van de hoek met de Eiersgatweg.

 

e. In 1977 werd een grenspaal (nummer 5) geplaatst op de dijk tussen de Wilhelmina- en de Beukelspolder, als scheiding tussen het bezit van F.C.M Thomaes, toen de bewoner van De Hoekstee (C), en het bezit van de verzekeringsmaatschappij “De Utrecht” (afb. 33 en 34). Het paaltje staat boven op de dijk tussen de Wilhelminapolder en de Beukelspolder, naast de Nummer Zevenweg, waar de bomen beginnen.

 

 

Grenspalen en boerderijen in de polders

Afb. 24

Schematische kaart met boerderijen en grenspalen

Klik hier of op de kaart voor een satelietfoto van dit gebied 

 Grenspaal C.B. Thomaes Jasper Jansen Verplanke Grenspaal Jacobus Bernardus Bernardus Josephus

Afb. 25

Grenspaal C.B. Thomaes

Afb. 26

Jasper Jansen Verplanke

Afb. 29

Grenspaal Jacobus Bernardus

Afb. 30

Bernardus Josephus


Grenspaal C.B. Thomaes

C. van der Hoofd

Grenspaal J. Stevens-Thomaes

Bernardus Josephus

Afb. 27

Grenspaal C.B. Thomaes

 

Afb. 28

C. van der Hoofd

 

Afb. 31

Grenspaal J. Stevens-Thomaes

 

Afb. 32

Bernardus Josephus


Grenspaal F.C.M. Thomaes
 
De Utrecht
 
F.C.M. Thomaes (2008)
   

Afb. 33

Grenspaal F.C.M. Thomaes

 

Afb. 34

De Utrecht

 

Afb. 35

Granspaal F.C.M. Thomaes (2008)

   

 

f. Tot slot werd in 2008 een grenspaal (nummer 6) gezet op de dijk tussen de Paulina- en de Beukelspolder (afb. 35). De andere zijde heeft geen inscriptie. Reden voor plaatsing was het voortzetten van de traditie van het geslacht Thomaes.

Het paaltje staat boven op de dijk, iets noordwestelijk van de coupure bij de Eiersgatweg, aan het einde van begroeiing met bomen en struiken. Het is het duidelijkst te zien vanaf de onverharde weg aan de zijde van de Paulinapolder, de Paulinadijk, op ongeveer 100 m links vanaf de coupure.

 

Uit aktes van boedelscheidingen is bekend dat er nog meer grenspaaltjes moeten zijn geweest, onder andere één aan de zeedijk van de Thomaespolder. Omdat ook daar dijkvallen zijn ontstaan en de zeedijk moest terugwijken, is deze steen in zee verdwenen.

Ook twee grenspaaltjes die stonden aan de dijk tussen de Thomaes- en de Beukelspolder zijn in de loop der jaren verloren gegaan.

 

7. Een particuliere polderweg

Langs de dijk tussen de Thomaes- en de Beukelspolder ligt, in de Thomaespolder, een onverharde particuliere weg die de naam draagt Thomaesweg. Afb. 36.

 

Thomaesweg

Sporen, waarbij het geslacht Thomaes niet actief was betrokken

Er zijn nog enkele namen, waarvan de oorsprong te maken heeft met activiteiten van het geslacht Thomaes, terwijl dit geslacht niets te maken had met de naamgeving. Dat is bijvoorbeeld het geval met:

a. een straatnaam

Na de bedijking van de Hoofdplaatpolder in 1778  volgde een aantal problemen met de zeedijk. Diverse dijkvallen waren zo ernstig, dat in 1807, bijna dertig jaren na de eerste bedijking, deze zeedijk al ongeveer 700 m naar het zuiden was opgeschoven.[7] Het ervoor gelegen land was weer opgeëist door de Westerschelde.

Dat zal de achtergrond zijn geweest dat Constantinus Bernardus maatregelen nam om zijn bezit te beschermen. Hij legde, rond 1825, toen er opnieuw gevaar dreigde, een dijkje aan de zuidzijde van Den Langen weg (nu de Oostlangeweg) in oost-west richting en aansluitend een dijkje in noord-zuid richting dwars door kavel 13.[8] Zie afb. 23. Zijn zoon Augustinus Bernardus, die als pachter op het latere Jagershof woonde en burgemeester van Hoofdplaat was, had daar grote problemen mee, want voor het leggen van een dijk had zijn vader geen vergunning en officiële instanties maakten daar aanmerkingen op.

De weg langs dat dijkje, die eerst de Dwarsweg werd genoemd, kreeg later de naam Kaaidijk.

Deze dijkjes zijn blijven bestaan totdat in de jaren zeventig van de vorige eeuw het waterbeheersingsplan voor de Hoofdplaatpolder werd uitgevoerd en waarbij ook een brede uitwateringsvaart werd gegraven.[9]

Daarbij werd de Kattegatsche Kreek langs de zuidzijde van de kavels 13 en 14 gedempt met het vrijkomende zand van de uitwateringsvaart, uitgezonderd een klein gedeelte aan de zuidzijde van De Hoekstee. Dat is nu de vijver van de boerderij, duidelijk zichtbaar vanaf de Olmendijk.

Ook werden enkele laaggelegen delen van de polder geëgaliseerd.

Al zijn deze dijkjes nu verdwenen, ze leven voort in de straatnaam Kaaidijk. En deze is weer  duidelijk gekoppeld aan het geslacht Thomaes.

 

Thomaes in het water

Een nevengeul in de Westerschelde draagt de naam Thomaesgeul. Afb. 37.  Het is een verbinding tussen het Vaarwater langs de Paulinapolder en de Pas van Terneuzen. Deze naam werd ongeveer 40 jaar geleden door de Studiedienst Vlissingen van Rijkswaterstaat gegeven.[10] In de voorgaande jaren (1945-1970) had deze geul zich ontwikkeld van een lager deel in een zandbank tot een volwassen geul en het is gewoonte een dergelijke nieuwe geul te vernoemen naar een  nabijgelegen polder, in dit geval dus de Thomaespolder.

De ten noordwesten van de Thomaesgeul liggende zandbank Lage Springer schuift jaarlijks ongeveer 25 m op naar het noordwesten, waardoor de geul tussen de Lage Springer en de Hooge Springer geleidelijk verzandt.

Omdat de Thomaesgeul belangrijker was geworden voor de scheepvaart werd hij in de loop van 2009 betond. Deze betonning is goed waarneembaar vanaf de zeedijk.

Thomaesgeul

Afb. 37

Ligging van de Thomaesgeul in de Westerschelde tussen Hoofdplaat en Braakman

 

Samenvatting en conclusie

 

In het kort werd verhaald dat de geschiedenis van het geslacht Thomaes begon met de vestiging van Constantinus Bernardus op een boerderij in de Helenapolder. Hij en zijn nazaten onderscheidden zich onder andere door het plaatsen van grenspalen bij hun bezittingen, het nauw betrokken zijn bij enkele inpolderingen en het bouwen van boerderijen.

Dat de eerste vestiging tot een goed resultaat leidde blijkt wel uit de bijnaam van Constantinus Bernardus: de rijke Thomaes.

Zijn zoon Augustinus Bernardus was eveneens succesvol en hij stichtte een aantal boerderijen, waaraan meerdere gedenkstenen herinneren. Hij werd daaarom wel “de tweede rijke” genoemd. Ook volgende geslachten hebben hun stempel gedrukt op het gebied rond Hoofdplaat en Biervliet. Met de bovengenoemde voorbeelden hoop ik deze opmerkelijke traditie voldoende duidelijk te hebben aangetoond.

 

Mogelijk is het de aandachtige lezer opgevallen dat bij enkele grenspalen wordt vermeld dat de inscriptie niet meer leesbaar is, terwijl de erbij geplaatste foto het tegendeel lijkt te bewijzen. Deze foto’s zijn echter ongeveer 30 jaar geleden gemaakt en lijken dus de stelling te ondersteunen dat er soms inderdaad sprake is van een “goeie ouwe tijd”.

 

Een 'nieuw' grenspaaltje van het geslacht Thomaes

 

door P.W. Stuij, gepubliceerd in de Nieuwsbrief van de Heemkundige Vereniging Terneuzen, nr. 84, december 2012. Geplaatst met toestemming van de auteur en de redactie.

 

Door het aanleggen van de N 61 (deel hoofdweg van de brug bij Sluiskil naar Hoek) veranderde er een en ander aan de percelen in het noorden van de Van Wuyckhuisepolder. Omdat ook perceelsgrenzen wijzigden moest een oud grenspaaltje wijken en werd in veiligheid gebracht op de boerderij van de familie Pladdet aan de Langestraat 13 te Hoek, waar het enkele tientallen jaren rustig bleef liggen. Een soortgelijk paaltje was bij het aanleggen van een pijpleiding naast de N 61 door ernstige beschadiging verloren gegaan. 

Aan de rust van het paaltje op de boerderij kwam een eind toen er voorbereidingen werden gemaakt voor het 100-jarig bestaan van de polder. Het paaltje kwam weer in de belangstelling 

en daarover werd gesproken met een lid van de Vereniging tot Behoud van de Historie van Philippine, D.van der Zalm. Die is bovendien werkzaam bij Stichting Landschapsbeheer Zeeland, de organisatie die een aantal jaren geleden de controle op de oude grenspaaltjes van mij had overgenomen toen ik, na het bereiken van de 80-jarige leeftijd, het tijd vond het stokje over te dragen.

Een lid van de Heemkundige Vereniging Terneuzen, die van de activiteiten rond het paaltje hoorde, zorgde voor een kopie van het kort daarvoor verschenen artikel: Stuij. P.W. Het geslacht Thomaes in poldernamen, gedenkstenen en grenspalen. Nieuwsbrief 81 (maart 2012) van de Heemkundige Vereniging Terneuzen.

Duidelijk is dat door deze gebeurtenissen de zaak in een stroomversnelling kwam en het resultaat mag er zijn. Het paaltje is keurig hersteld en geplaatst in de voortuin van de boerderij, waar het veilig staat. Afb. 1.

Via D. van der Zalm raakte ik ook betrokken bij deze kwestie en omdat het oud grenspaaltje van de familie Thomaes is, werd het een uitdaging om hiervan het verleden te onderzoeken als aanvulling op het bovengenoemde artikel.

 

Grenspaal Erve B.C. Thomaes

Het herstelde paaltje op de boerderij 


In 1802 vestigde de uit Sint Jan in Eremo afkomstige landbouwer Constantinus Bernardus Thomaes zich in de zuidoosthoek van de Helenapolder. Hij verwierf zich vele bezittingen in het gebied van het voormalige Staats-Vlaanderen, dat in 1795 door Frankrijk was ingelijfd.

 

Axelsche Gat

 

Schorrengebied in het Axelsche Gat in 1858 volgens de Grote Historische Provincie Atlas

NW. Nieuw-Westenrijkpolder

KZ. Kleine-Zevenaarpolder

S. Seydlitzpolder

V. Vogelschorpolder

W.Nieuw Westdorpepolder

 

Naast vele boerderijen kocht hij ook een deel van de schorren ten zuiden van de Nieuw-Westenrijkpolder, in het voormalige Axelsche Gat. Deze tak van de Braakman was, mede door de aanleg van het kanaal van Sas van Gent naar Terneuzen, sterk gaan verlanden. Afb. 2. De Nieuw Westenrijkpolder was geheel in zijn bezit en de schorren ten zuiden ervan kocht hij via notaris Steenkamp uit Terneuzen.  

Toen hij tenslotte overleed op 8 november 1842 moest de erfenis van ongeveer 1800 ha landerijen  worden verdeeld tussen zijn vier kinderen. Dat waren, volgens de akte van 31 januari 1843 van notaris Benteyn in IJzendijke:

1.Augustinus Bernardus Thomaes (gehuwd met Angelina Begheyn);

2.Angelina Philippina Thomaes (gehuwd met Johannis Francies Bonte);

3.Constantinus Bernardus Temmerman. Deze trad op voor zijn beide overleden ouders: Johanna Maria Thomaes † 1816 en Pieter Bernardus Temmerman † 1817;

4.Felicita Amelia Thomaes (gehuwd met Francies Huyghe).

Daarbij werden 351 ha, 56 are en 32 ca schorren onverdeeld gehouden. 

Op 18 februari 1889 werden de onverdeelde eigendommen van de erven C.B. Thomaes verkocht via notaris De Smidt uit Schoondijke, waarbij een deel (dat werd later het perceel H 104 in de Van Wuyckhuisepolder) werd gekocht door advocaat L. Thienpondt uit Oudenaarde, evenals een gedeelte van de aangrenzende zeedijk van de Pierssenpolder met de halve publieke weg, gemeente Hoek, sectie H 62 en 63. Deze advocaat was gehuwd met een kleindochter van Angelina Philippina Thomaes, die was gehuwd met J.F. Bonte. 

In 1911 werden de schorren ten zuiden van de Nieuw-Westenrijk- en Pierssenspolder bedijkt als de Van Wuyckhuisepolder, maar door een dijkdoorbraak werden de kavels pas in 1812 geveild  op 15 november in Hotel des Pays-Bas in Terneuzen. Afb. 3 en 4.

De percelen naast dat van Thienpondt  kwam via de eigenaar Wieland in het bezit van de huidige eigenaar C.P. Pladdet, wiens grootouders al vanaf het begin een landbouwbedrijf waren begonnen in de nieuwe polder en na verloop van tijd ook een hofstede hadden gebouwd, Langestraat 13. Inmiddels waren ook meerdere percelen verkaveld. Aan de noordzijde van de polder kwamen er wijzigingen toen in 1982 de N 61 werd aangelegd. Afb. 5.

Wanneer de genoemde paaltjes zijn geplaatst is niet duidelijk, maar op zijn vroegst in 1843 en op zijn laatst in 1889.

Toen het paaltje weer in de belangstelling kwam bleek al snel dat de inscriptie niet juist is. Er staat: Erve B.C. Thomaes. Dat zou moeten zijn: Erve C.B. Thomaes (Constantinus Bernardus). Hoe deze fout is ontstaan is niet meer te achterhalen.

 

De tekeningen en de foto’s zijn gemaakt door de schrijver.

De mededelingen over het geslacht Thomaes  en de tekst van de notariële akten werden verstrekt door F.C. Thomaes. De eerste reactie van F.C. Thomaes die ik, met toestemming,  had doorgestuurd naar D. van der Zalm, is door hem op de website van de Van Wuyckhuisepolder geplaatst.

 

Polders zuidelijk van het Mauritsfort

De situatie in 1912 volgens de hedendaagse topografische kaarten. Zie afkortingen hierboven en:

K. Kanaalpolder

Verg. Vergaertpolder

V. Visartpolder

OV. Oud Vogelschorpolder of Zuid-Westenrijkpolder

B. Bontepolder

P. Piersenspolder

 

van Wuyckhuisepolder
Kavels na de inpoldering van de Van Wuyckhuisepolder

 

In deze polders lagen ook de landerijen van Camille van Haelst, die afkomstig waren van Constantinus Bernardus Thomaes.

 

Afbeelding 3 werd verkregen van D. van der Zalm van Stichting Landschapsbeheer Zeeland. Het is een fragment van de “Kaart van de te veilen Rijksgronden en Dijken in en nabij de ten jare 1911 bedijkten Polder in het Axelsche Gat. Gemeenten Hoek, Philippine en Neuzen”.

Door C.P. Pladdet werden verdere inlichtingen verstrekt over de “levensloop” van het paaltje, dat ik ook ter plaatse mocht fotograferen.

Via J. de Koster kon ik de hedendaagse vorm van de percelen achterhalen.

 

perceel Pladdet 

Van Wuyckhuisepolder met de Langestraat en het perceel van P.C. Pladdet

 

Geraadpleegde literatuur

Hullu. J. de. De hofsteden van Biervliet. Oostburg 1939.

Puylaert. C.B.A.J. Een legendarisch man “De Rijke Thomaes”. Vlaamse Stam, jaargang 37, nummer 11 en 12. Nov. en dec. 2001, pp. 560-572.

Vijver. H.A.M. van de. De hofsteden van Hoofdplaat en de Braakman. In: Bijdragen tot de geschiedenis van West Zeeuws-Vlaanderen. 1975, no. 3.

Wilderom. M.H. H. Tussen afsluitdammen en deltadijken. Deel IV. Vlissingen 1973.

Willemsen. R. Hoofdplaat een dorp achter een dijk. Alphen aan de Rijn 1978.

 

Noten

[1] Wilderom M.H.; Tussen afsluitdammen en deltadijken. Deel IV. Vlissingen 1973, p. 124.
[2] Stuij P.W.; De grenzen van Biervliet in tijd en ruimte. In: Nieuwsbrief van de Heemkundige Vereniging Terneuzen. No. 74,  juni 2010.
[3] Willemsen R.; Hoofdplaat, een dorp achter een dijk. Alphen aan de Rijn 1978,  p. 153.
[4] Willemsen R.; Hoofdplaat… pp. 96, 144.
[5] Hullu J., de; De hofsteden van Biervliet.
[6] Zij hadden de boerderij westelijk van de Kaaidijk geërfd, maar woonden nog in Sas van Gent.
[7] Wilderom; Tussen afsluitdammen…. p. 127.
[8] Kavel 13 en 14 van de Hoofdplaatpolder lagen ten zuiden van de Oostlangeweg en strekten zich uit tot ongeveer midden tussen de Olmendijk en het dorp Hoofdplaat.
[9] Op de topografische kaart 1:25000 van 1972 zijn de dijkjes nog als zodanig getekend.
[10] Wilderom; Tussen afsluitdammen…. p. 124.

 

Noot Tom de Meijer:

[11] In zijn artikel in de 'Nieuwsbrief' schrijft P.W. Stuij bij afbeelding 1 Augustinus Bernardus. Hierover bestaat echter twijfel. Achterop deze foto uit de collectie van Mevrouw Nelly De Nijs-Bonte, Hulst,  staat geschreven: C.B. Thomaes. Het kan inderdaad ook zijn zoon Augustinus Bernardus zijn. Beiden stierven nadat Daguerre zijn eerste foto's maakte. C.B. Thomaes in 1842, zijn zoon A.B. Thomaes in 1855. Deze foto moet in ieder geval wel een van de oudste daguerrotypes uit de regio zijn omdat Daguerre pas in 1837 zijn eerste zuivere afdrukken maakte.

© Copyright: het kopieëren en elders publiceren van deze foto is niet toegestaan.

 

Bewerking voor deze website door Tom de Meijer, Maastricht.