Terneuzen

 

In de loop van de 19e eeuw vestigden leden van de familie De Meijer zich in Terneuzen. Camiel van Haelst zou in de laatste jaren van diezelfde eeuw volgen. Op het moment van schrijven (november 2015) zijn nog steeds een aantal leden van deze families in Terneuzen woonachtig. Het merendeel is inmiddels echter over Nederland, Europa en de rest van de wereld uitgezworven. Ze wonen in Frankrijk, Engeland, de Verenigde Staten, Afrika en zelfs tot in Groningen en Friesland ...

 

De Geschiedenis van Terneuzen is uitvoerig beschreven in het gelijknamige boek van Dr. J. Wesseling uit 1958. Daarnaast biedt de website vande Heemkundige Vereniging Terneuzen veel materiaal voor verdieping.

 

De onderstaande historie werd geschreven door mijn grootvader François Bernard Gustaaf de Meijer ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de RK parochie in Terneuzen in 1944, waarvoor in 1844 Joannes Baptiste de Meijer (1804 - 1868) een schuur had afgestaan (zie Wesseling, De Geschiedenis van Terneuzen, p. 284 e.v.). Hij was de broer van Franciscus Bernardus en was agent bij het Belgisch Loodswezen, voerman en kerkmeester van de eerste "Kerkfabriek" in Terneuzen. 

 

De geschiedenis van de Haven van Terneuzen, de rol van de familie De Meijer daarin en de ontwikkeling van de industrie in de kanaalzone, is op dit moment in bewerking en zal later worden gepubliceerd.

 

Tom de Meijer

 

 

Bij het 100 jarig bestaan van de RK parochie Terneuzen (door François de Meijer) 

 

Neuzen 

 

De gemeente Neuzen bevat de plattelandstad en vesting van dien naam met de gehuchten het Naaikussen of Driewegen, Sluiskille en Triniteit, benevens enige polders. De R.K parochie heeft onder zich. behalve het voornoemde. katholijken der burgerlijke gemeenten Hoek, Saamlag en voortijds het noordelijk gedeelte van het buitenterritoir der stad Axel; doch dit laatste is nu bij de nieuwe parochie van Axel gevoegd. 

 

Neuzen zelf, of volgens de oude oorkonden en thans nog in officiële stukken, Ter-Neuzen en in 't latijn Novesium genoend, ligt 5 uren zuid van Goes, 2 uren N.N.-West van Axel, 4 uren Noordwest van Hulst en 2¾ uur van Sas-van-Gent, vlak aan de schorren der Zuidelijken oever der Honte. De Oorsprong van Neuzen verliest zich in de hoge oudheid en is zelfs niet bij gissing te bepalen. Het schijnt van ouds ene fraaije stad te zijn geweest, die in de Gentsche en Brugsche beroerten veel geleden hebbende, tot een open vlek is geworden. In 1572 en 1573 werd het tegen de aanvallen der watergeuzen versterkt en nog meer in 1583 of daaromtrent. Later liet men die vestingwerken als onnut vervallen, in 1680 besloot men die te slechten, terwijl in 1682 een deel door het zeewater is vernield. Na den Belgische opstand zijn er weder enige veldwerken daar rondom aangelegd. 

 

De kerk der hervormden staat ongeveer in het midden der stad; het is een langwerpig, vierkant gebouw, met een koepeltorentje van slaguurwerk voorzien. Volgens het jaartal op een der grafzerken, zou er reeds in het laatst der 16e eeuw ene kerk zijn geweest; de tegenwoordige draagt het jaartal 1659. 

 

In het jaar 1842 den 21 November is een Commissie benoemd door den Doorluchtige kerkvoogd J. van Hooidonk, teneinde te zorgen voor het bouwen van ene nieuwe kerk en pastorij te Neuzen, waar hij besloten had ene nieuwe kerkelijke gemeente op te richten. Er werd ene noodkerk in gereedheid gebracht en den 3 December 1844 heeft de eerst benoemde pastoor de eerste H. Mis gedaan in de plaats, die voorlopig tot kerk moest dienen, nadat de Hoogeerwaarde Deken van Hulst dezelve had ingezegend en op last van den Bisschop de nieuwe parochie aangekondigd en de Pastoor, volgens de kerkelijke voorschriften ingeleid was. De nieuwe parochie was den 27 Sept. van dat jaar opgericht door Mgr. den kerkvoogd voonoemd, en hierdoor Neuzen van Zuiddorpe afgescheiden en dit besluit werd de 25 Oct. daaraanvolgende verzonden om afgekondigd te worden in Neuzen en Zuiddorpe. Zeer zeker was het volk in de 8e eeuw door de prediking van den H. Willibrordus tot het ware geloof bekeerd; doch velen zijn bij het opkomen der Reformatie daarvan afgeweken: hiervandaan het oude spreekwoord: in Axel en Terneuzen daar wonen al de geuzen. 

 

Kerk in de schuur van J.B. de Meijer

 

R.K Hulpkerk in de schuur van de Jan Baptiste de Meijer, aan de Oostschutsluis, 3 december 1844 - 12 december 1849 (bron Dr. J. Wesseling, De Geschiedenis van Terneuzen). Wesseling schrijft: Op 4 oktober 1844 kwam de eerste pastoor Marinus Johannes Verkaar, kapelaan te Oosterhout, per rijtuig in Terneuzen aan. Vier dagen daarvoor was hij als pastoor in Neuzen benoemd met de opdracht de Katholieke parochie en kerk aldaar te stichten. Hij stapte af voor het logement "Het Schippers Huis" van J.B. de Meijer, waar hij zich bekend maakte als de pastoor van Neuzen en het doel van zijn komst meedeelde. Nadat een en ander behandeld was, werden er enige voorname katholieken uit de gemeenten Neuzen, Zaamslag en Hoek voor een vergadering bijeen geroepen, waaruit de pastoor dadelijk een "Kerkfabriek" benoemde en wel: pastoor Verkaar, voorzitter; Johannes Baptista de Meijer, Bernardus Thomaes, Joh. de Klerk en Anthonius de Moor, allen kerkmeesters; Johannes Geerardus Thompson, secretaris; en Theodorus Lottman, armmeester. Verder werd besloten de parochie onder de bescherming van de H. Willebrordus als patroon te stellen. ... Het was J.B de Meijer, die zijn schuur aanbood en welwillend een gedeelte daarvan afstond voor hulpkerk. Deze schuur diende als paardenstal en als bergplaats voor hooi en stro. Dit laatste gedeelte werd ontruimd en door een muur van 5 friese turven dikte van de paardenstal gescheiden.

 

Of hier oudtijds een katholijke kerk is geweest, toen de stad groter was en de bevolking R. Katholijk, betwijfel ik zeer. De gemelde noodkerk is in het jaar 1849 door een zeer betamelijke nieuwe kerk vervangen en even als de vorige toegewijd aan den H. Willibrordus bij de inzegening, welke den 13 Dec. van dat zelfde jaar door den Landdeken van Hulst verricht is. In deze kerk zijn drie altaren: van den H. Willibrordus, van O.L.Vrouw en van St. Jozeph. Men vindt hier de broederschappen van den H. Rozenkrans en van het Geestelijk Verbond, bij vergunning van den Bisschop, ingesteld in het jaar 1845 en van den St. Pieters-penning. Op het algemeen burgerlijk kerkhof is een deel voor de katholijken afgescheiden en dit gedeelte is door den Landdeken, op den zelfden dag gewijd. 

 

Pastoors van Neuzen

 

1844. Marinus Joannes Verkaar, geboren te Breda den 28 Sept. 1809, werd tot eerste pastoor benoemd den 28 Sept 1844; nadat hij zeer ijverig gewerkt had misschien, te korten tijd, stierf hij den 3 Oct. 1846.

1846. Judocus Cammaert, geb . te Ossenisse den 8 Jan. 1816, werd opvolgend pastoor den 13 Oct. 1846 en pastoor te Grauw den 15 Sept.1853. 

1853. Petrus Josephus Koopmans, geb. te Etten den 1 Juli 1825, werd pastoor te Neuzen den 15 Sept. 1853 en pastoor te Grauw den 24 Jan. 1854. 

1854. Judocus Cammaert, (zie boven) werd pastoor den 24 Jan. 1854 en stierf 1 Juni 1870. 

1870. Adrianus Antonius van Aert, geb. Leur den 9 April 1833, werd pastoor den 20 Juni 1870. 

Handmatig bijgeschreven door Hubert de Meijer:

Kerstens. Boyers, Boels. Binck, Schels, van Dijk, de Meulenmeester (jaren 1950). 

 

Triniteit- of Triniteitskerk. 

 

Het ligt in het oostelijk deel van Zeeuws-Vlaanderen, op het door Maria van Namen nieuw ingedijkte "Schorre van Neuzen bij Axel", welke bedijking een eiland vormde, genaamd "de polder Heilige Triniteit (drievuldigheid) bij Neuzen". Triniteit is nog heden een gehucht aan de rijweg van Axel naar Neuzen, omstreeks een half uur van laatste plaats gelegen. Er zijn ongeveer 50 inwoners en Neuzen heeft er zijn begraafplaats. 

 

Omtrent het jaar 1300 is het eilandje opgewassen in de stroom de Blijée, die van Axel in noordelijke richting liep om zich in de Honte bij Neuzen te ontlasten. Niet ver van den uitloop dezes strooms begon hij zich in twee armen te verdelen en tussen deze twee armen kwam de grond van Triniteit op. Bij de nieuwe verdeling der Bisdommen in 1559 komt Triniteit voor als een afzonderlijke parochie, misschien wel verenigd met Otene en werd aan het Bisdom Gent toegevoegd. Ziet hier het ontstaan dier oude parochie, de oprichting der kerk, enz. 

 

Maria van Artois, gravin van Namen, vrouwe van Sluis, wendde zich tot Joannes van Driest, aartsbisschop van Utrecht, onder wiens geestelijk gebied de vier ambachten ressorteerden. Zij had voorgenomen, zeide zij, met Gods hulp en die des Bisschops, het door haar bedijkte eiland, "het schorre van Neuzen bij Axel genoemd, ter eere van Gods naam met gelovigen katholieken van beiderlei geslacht te bevolken". Zij wilde aldaar ene parochie-kerk stichten .... Daarbij verlangde zij een hospitaal te doen verrijzen ..... Zij bad alzo op het nederigst den eerwaarden Vader, dat hij haar tot een en ander vergunning en volmacht schenken zou en dat hij van de tienden, die op gezegd eiland vallen zullen, drie delen aan de tijdelijke parochie-priesters der genoemde kerk, en één vierde aan de armen van het hospitaal en die het bedienden, toewijzen mocht; terwijl zij voor zich en hare opvolgers en rechthebbenden het patronaatrecht der kerk voorbehield. Dit schreef zij te Sluis den 19 September 1336. 

 

Den 14 Mei 1339 deed Willem graaf van Namen enz. weten wat zijne Moeder had gedaan in zijn erfgoed en gaf daarom tot wasdom van de goddelijke dienst, tot lafenis, drie vierendelen gronds van zijn erfdeel, teneinde daarop te stichten een parochiekerk met haar kerkhof ter eere en ter gedachtenis der heilige Triniteit (drievuldigheid). De gronden zouden vrij zijn van alle lasten en worden geamortiseerd van alle rechten. Alleen het recht van patronaat hield hij ook aan zich, aan zijne erven en opvolgers. Dit werd nogmaals bekrachtigd op dezelfde dagtekening als het vorige door de Gravin-moeder voor zo verre het haar aanging. Den 8 November 1339 vaardigde de officiaal van den Utrechtschen Bisschop een brief uit, waarbij hij het verzoek van Maria van Namen tot stichting der Triniteitskerk toestemde. Deze toestemming volgt vrij laat, zult gij wellicht denken, doch vermoedelijk had Maria reeds lang de mondelinge toestemming des Bisschops en men was ook in deze drie jaren reeds aan de bouw der kerk bezig geweest; immers zij werd slechts twee maanden na de bisschoppelijke vergunning ingewijd, gelijk ook de Bisschop daartoe verlof had gegeven, "mits de gravin in de nodige begiftiging zou voorzien". Die plechtigheid werd verricht door Everardus, Bisschop in partibus de Comone, Suffragaan van den 

Utrechtschen Bisschop, op St. Agnes-dag en betrof niet alleen de kerk, maar ook het kerkhof. De officiaal van het geestelijk gerechtshof Utrecht stelde kort daarna den 10 Maart 1340, den door Gravin Maria gepresenteerden "Joannes, zoon van Boudewijn” (Jan Bouwinszone) aan als pastoor dier kerk en "droeg hem op de zorg voor de zielen, de bewaring der reliquiën. benevens het bestuur over het geestelijke en tijdelijke der kerk, met last, hem als zodanig, in bezit te stellen en in te leiden". 

Voorts werd aan de parochianen bevolen dat zij genoemde Joannes, als waren bestierder (verus rector) in alles eerbiedig gehoorzamen en aan hem of zijnen procurator voor hem, borg zijn zouden voor de vruchten, inkomsten en rechten aan die kerk toekomende. De gravin verzocht andermaal van den 

Utrechtschen Kerkvoogd, dat hij aan haar verzoek wegens de toepassing der Tienden en het verlangen naar de stichting, van een verplegingsplaats voor de lijdende mensheid welwillend zou gelieven te voldoen; in den brief van den Officiaal toch wordt van een en ander geen woord gerept. Dan, wat hiervan het gevolg zijgeweest, kunnen wij niet opgeven. Intussen zijn ruim vijf eeuwen vervlogen sedert de Triniteitskerk oprees. Van haar bestaan is geen spoor meer achter gebleven: 

alleen haar naam leeft nog in een gehucht en haar kerkhof is nog de akker der doden, waarop zij zelve 

ook, sinds lang vergeten begraven ligt. 

 

Van het vroeger bestaan eens kloosters, in deze buurt of daaromtrent (zoals sommigen willen) vinden wij nergens enige aantekening. Alleen op een oude kaart van 1570, zien wij in den polder Triniteit een kerk, of wellicht dan een kloostergebouw afgebeeld; zodat het waarschijnlijk, maar niet zeker is, dat er een geestelijk gesticht onder dien naam bestaan heeft. 

 

 

Terneuzen

Kaart van Terneuzen uit 1867. Voor een vergroting klik hier of op de kaart.

 

Op de website van het kadaster staan de kaarten van de Nederlandse dorpen en steden van de laatste 200 jaar "Tijdreis over 200 jaar topografie"