Heading 1

Lorem ipsum eOIFJSDGIVJ  DH ZSDF  dFIojfe Ja het zal wel leuk hoor hihi.

Heading 2

Lorem ipsum eOIFJSDGIVJ  DH ZSDF  dFIojfe Ja het zal wel leuk hoor hihi.

Heading 3

Lorem ipsum eOIFJSDGIVJ  DH ZSDF  dFIojfe Ja het zal wel leuk hoor hihi.

Heading 4

Lorem ipsum eOIFJSDGIVJ  DH ZSDF  dFIojfe Ja het zal wel leuk hoor hihi.

Heading 5

Lorem ipsum eOIFJSDGIVJ  DH ZSDF  dFIojfe Ja het zal wel leuk hoor hihi.

Heading 6

Lorem ipsum eOIFJSDGIVJ  DH ZSDF  dFIojfe Ja het zal wel leuk hoor hihi.

 

Hubert de Meijer, de schilder, expositie 1985

De schilders Hubert, Hendrick en Hendrik de Meyer
Schilderijen van Huineman 

Overzicht werk Hubert de Meijer (alleen voor geregistreerden)

 

 Uit de Provinciale Zeeuwse Courant, najaar 1985

TERNEUZEN - Hubert de Meyer (75) wijst met z'n wandelstok naar het schilderij. ,,Als je er zo tegenaan kijkt, zal je zeggen: waar is nu dat koolzaad? Nou het zit hier, een klein geel streepje. Het is slechts een impressie. Maar het licht valt er niet goed op hè. Ik zal eens vragen of ze er een zwaardere spot op zetten". Het is de eerste keer dat oud-directeur Hubert de Meyer (door bekenden ook wel HAMA genoemd) van overslagbedrijf August de Meyer in Terneuzen een "groot aantal van z'n schilderijen exposeert". Het Terneuzens museum is er tot de nok toe mee behangen. Er hangen totaal 57 werken van de amateur-schilder. Eigenlijk hangt het een beetje te vol vindt hij, daardoor wordt een enkel schilderij, zoals 'bloeiend koolzaad' wet minder goed belicht. Maar in het algemeen is hij wel tevreden met de tentoonstelling die tot 19 januari duurt.

Er hangen heel oude werken bij, uit de jaren twintig, toen De Meyer bij toeval had ontdekt tekentalent te hebben. ,,Ik moet een jaar of twaalf geweest zijn, toen in de studeerzaal van het 'Canisiuscollege' in Nijmegen een medestudent een Indiaan aan het tekenen was. Dat intrigeerde me. Ik was zelf bezig in de boeken van Karl May en voor ik het wist had ik op de achterkaft van een schrift ook een Indiaan getekend".

Toen hij in de ziekenboeg van het college lag te herstellen van een griepje, begon De Meyer's kunstenaarsbloed pas echt te stromen: ,,Ik had een pasfotootje van keizer Franz Jozef van Oostenrijk, dat werd m'n eerste conté-tekening".

Zonniger

De Meyer deelt z'n werk in drie perioden in. De tijd dat hij als kind potlood en penseel hanteerde (ook zijn eerste schilderij 'Landschap met fazanten', hangs op de tentoonstelling), schilderijen uit de oorlog en recent werk sinds 1979. In de oorlogsjaren ontwikkelde hij onder invloed van oude Nederlandse meesters, die hij kopieerde, een eigen stijl. Het zijn donkere, dreigende lugubere schilderijen, vaak van Terneuzense objecten. Bijvoorbeeld een oude bark die de voormalige Terneuzense zeesluis invaart, de Vluchthaven en het remmingswerk van de Oude Oost-Buitenhaven. De Meyer werd vaak door zijn werk geinspireerd. Er hangen veel schilderijen met schepen, water en industrie. De amateurschilder laat zijn fantasie nogal eens de vrije loop. Hij schilderde de rede van Terneuzen rond 1800 met zeilschepen. Objecten die hij midden in de zomer waarneemt, krijgen uiteindelijk in het kunstwerk een winters karakter. ,,Ik schilder wet ik mooi vind, in feite maak ik de natuur mooier den ze is".

Het nieuwere werk van Hubert de Meyer ziet er wet zonniger uit dan de oorlogsschilderijen. ,,lk bekijk alles met een half dichtgeknepen oog. En na twee keer met m'n ogen knipperen, zit het in m'n kop, dan schilder ik een landschap feilloos uit". De Meyer is dol op kleuren, maar gebruikt ze selectief. Hij wijst naar een landschap met bomen. ,,Een heel beperkt kleurengamma gebruikt in dit doek. Ik hou erg van die kleur groen, het bestaat uit zwart met Indisch "geel". Een enkele keer maakt hij ook gebruik van zwart/wit foto's om die naar eigen inzicht na te schilderen. Kleurenfoto's gebruikt hij niet, omdat hij daardoor bevooroordeeld geraakt wat de kleurenkeuze betreft.

De schilderijen hebben korte eenvoudige titels de meeste spreken voor zich. De titel van een schilderij met twee electriciteits- centrales en een koeltoren werd aan de actualiteit aangepast. Eerst heette het 'Industrie' en De Meyer maakte ervan: 'luchtvervuiling-Industrie'.

Hoewel de schilderijen een beetje naar het impressionisme neigen, wil Hubert de Meyer zijn stijl niet in een bepaald vakje onderbrengen. ,,Ik doe niet aan -ismen. Ik schilder gewoon op de manier zoals ik het leuk vind". De Meyer is niet de enige bewonderaar van zijn werk. Een deel van de tentoongestelde werken is particulier bezit. Het grootste deel is te koop. De prijzen liggen tussen de 250 en 1350 gulden. Zijn meest recente schilderij: 'Schelde met zicht op het Sloe', dat een beetje doet denken aan zijn werk uit de oorlogstijd, is niet te koop.

Eigenlijk heeft Hubert de Meyer er spijt van dat hij geen beroepskunstenaar is geworden. Het bedrijf ging altijd voor, er waren lange perioden dat hij nooit een penseel ter hand nam. ,,Sommige werknemers die horen van de expositie zeggen: nooit geweten dat de oude baas schilderde". De Meyer is er zich van bewust dat hij van schilderen zijn professie had kunnen maken: ,,Ik heb jaren in Antwerpen en Brussel gewoond. Daar had ik eigenlijk de avondacademie moeten volgen. Maar ja, ik had het druk met ander vertier. Uitgaan enzo. Je kunt maar één ding tegelijk doen hè. Kijk, hier nog een meisjeskopje uit de beginperiode. Een beetje flauw met dat open mondje, maar tóch goed, vind je niet?".

Onder: aantekening uit het schildercahier van Hubert de Meijer.

 

 

 

 

 

 

Boeken

 

Genealogie

 

   

 

 

Genealogie de Meijer 1262 - 1509 - 2017

 

Paul H.E.M. de Meijer, Oegstgeest 2017

 

Het ontstaan en de ontwikkeling van de familie de Meijer in het graafschap Vlaanderen. De oudste naamdrager, Gerardus dictus maior, was meier van de gravin van Vlaanderen over haar domein onder Doornzele (Evergem) en wordt in 1262 vermeld als leenman van de St. Baafsabdij. Het zegel dat zijn kleinzoon Boudewijn de Meyere sinds 1342 gebruikte staat op de omslag. De geschiedenis en genealogie van het geslacht de Meijer worden uitgewerkt vanaf Lieven de Meyere van wie een officiële akte uit 1509 bewaard is gebleven. De familie vestigde zich in 1697 in het toenmalige Staats-Vlaanderen en verbreidde zich vervolgens in vier takken over Zeeuwsch-Vlaanderen en in de 20e eeuw over heel Nederland. Bestellen via deze link

Het Geslacht Maasdam   

Het Geslacht Maasdam

M.A.M. Mast en A.P. van den Hoek, Strijen / Puttershoek, mei 1986

 

Zeer uitgebreide stamboom van het geslacht Maasdam uit Maasdam vanaf Jan, geboren omstreeks 1500 in Maasdam. Het boek bevat een uitgebreid hoofdstuk in het Engels vanwege de emigranten naar de Verenigde Staten, Afstammelingen van Jacob Maasdam, geboren in Zuid-Beyerland op 26 maart 1813, die in 1849 emigreerde naar Pella, Iowa om zich aan te sluiten bij Ds Scholte, die al in 1847 was vertrokken.

Het Geslacht Haverbeke   

Het Geslacht Haverbeke, 450 jaar in de Vlaamse polders.

door Dr. P.H.E.M. de Meijer, Oegstgees, 2001

 

Familiegeschiedenis en genealogie van de familie van Elisa Haverbeke, de grootmoeder van Paul de Meijer. De Haverbeke vormen een groot Vlaams geslacht, dat in veel kwartierstaten van de hier besproken families voorkomt. Elisa Haverbeke was een goed en gastvrij verteller en haar familieverhalen hebben bij de schrijver al heel jong de belangstelling voor de genealogie gewekt. Dit resulteerde in een buitengewoon goed gedocumenteerde boek dat van belang is voor de genealogie van veel Zeeuws-Vlaamse families.

Het Zeeuws-Vlaamse Geslacht Pateer   

Het Zeeuws-Vlaamse Geslacht Pateer, Een genealogie

door Dr. P.H.E.M. de Meijer, Leiden, 1991

 

Genealogie van de familie van Paul's moeder Greta Julie Gusta Pateer, aan wie het boek is opgedragen. Het boek beschrijft o.m. de oorsprong van de familie Pateer in Westdorpe en de geschiedenis van het dorp, dat ook voor andere geslachten, die op deze site besproken worden, van belang is.

Genealogie van het Geslacht Stehouwer  

Genealogie van het Geslacht Stehouwer

ir J.A. van der Giessen, drs. L.M. van der Hoeven en C. Stehouwer

Historische Uitgeverij, Rotterdam, 1994

 

Genealogie van de afstammelingen van Aert Heijmansz, die in 1576 heemraad was in Ridderkerk en schout in Hendrik-Ido-Ambacht. Zijn afstammelingen noemden zich later Drogendijck en vanaf eind 17e eeuw Stedehouder, naar Cornelis Jacobsz Droogendijk, die president-schepen en stedehouder was van Hendrik-Ido-Ambacht.

 

Zeeuws-Vlaanderen

 

   
Rachel de Meijer   

Rachel de Meijer
Tussenland, Een reis door Zeeuws-Vlaanderen.

 

Kleindochter van Robert de Meijer en NOS-redacteur Rachel de Meijer (Breda, 1964) is opgegroeid in Zeeuws-Vlaanderen. Ze maakt een reis van Oost- naar West-Zeeuws-Vlaanderen en staat onderweg stil bij wat haar boeit, inspireert en fascineert aan dit vlakke polderland. Ze gaat in op de geschiedenis en haar persoonlijke herinneringen.

 

2014, Uitgeverij Conserve

Water zonder Klokgelui

 

 

Water zonder Klokgelui, Wout Bareman, co-auteur Rien Verbrugge

Heemkundige Vereniging Terneuzen, 2003

Uitgegeven bij de herdenking van de watersnood van 31 januari 1953 in de Grote Kerk van Terneuzen op 31 januari 2003.

 

Het eerste hoofdstuk handelt over de herinneringen van de toen zevenjarige Tom de Meijer aan die gebeurtenissen.

Onno Rottier   

Honoré Rottier

La Flandre Zélandaise, Etude de Géographie Régionale.

 

Proefschrift van dr. H.C.E.M. Rottier, die ook vele bijdragen leverde aan deze site. Behalve geograaf is Onno Rottier ook een groot kenner van de Middeleeuwen, heraldiek, de Cijnsboeken van het Land van Waas, de afstamming van Zeeuws-Vlaamse geslachten van Karel de Grote. Hij is ook de bron van de leden van de familie Rottier en vele aanverwanten in deze stamboom.

Excursion à Zélande   

Congrès International de Géographie, Amsterdam 1938

Excursion à Zeeland, 11-16 juillet

 

Uitgave t.g.v. bovenstaand congres van de Union Géographique Internationale onder patronage van H.M. Koningin Wilhelmina.

Directie Dr. P. Dieleman, gedeputeerde van de Provincie Zeeland.

Erecommitté, aangevoerd door Jhr. Dr. J.W. Quarles van Ufford, Commissaris van de Koningin van de Provincie Zeeland.

Dorpen

 

   

Zuiddorpe

 

 

Marie-Cécile Moerdijk

Onder de Linden, Het dorp waar ik geboren ben

 

De achterkleindochter van de gemeentesecretaris van Zuiddorpe ten tijde van Augustinus Adolphus van Haelst vertelt met liefde en humor over de gebeurtenissen in haar geboortedorp. Daarin komen regelmatig mensen voor uit de families, die op deze website worden beschreven: Van Waes, Puylaert, Van Haelst, maar ook dokter Melchers uit Koewacht. Hartverwarmend.

 

1987, Uitgeverij Michon BV, Bussum

   

Geschiedkundige Schets van de Kerk van Verrebroeck door E.H. Vyncke, pastoor

Sint-Nicolaas, 1913

 

De geschiedenis van deze parochie gaat terug tot 1140 toen Bernardus van Clairvaux Verrebroeck en de abdij van Saleghem onderbracht bij de abdij van Drongen.

Kronieken van St. Laureins   

Uit de Kronieken van Sint-Laureins vóór 1900 door Robert Bernaert, onderpastoor.

St-Laureins, 1970.

De inhoud van dit boekje is ook gepubliceerd in Vrij Maldegem rond 1973.

uit de Collectie van Godelieve van Lent-Speleers (De Speleers-Reynaert Stichting).

 

Parochiegeestelijken hielden zich regelmatig bezig met de geschiedschrijving van hun parochie. Ze hadden de parochieregisters, verplicht sinds het concilie van Trente, als primaire bron. Hier worden de families beschreven aan de hand van huizen en stukken grond gelegen aan de straten van het dorp.

     
     
     

Genealogie de Meijer

1262 - 1509 - 2017

Van het leen up sabbins tot het Eiland van de Meijer

auteur: dr. Paul H.E.M. de Meijer

Het onderstaande werk is de vrucht van 50 jaar onderzoek in Zeeuwse en Vlaamse archieven. De auteur beschrijft in dit boek het ontstaan en de ontwikkeling van de familie de Meijer in het graafschap Vlaanderen. De oudste naamdrager, Gerardus dictus maior, was meier van de gravin van Vlaanderen over haar domein onder Doornzele (Evergem) en wordt in 1262 vermeld als leenman van de St. Baafsabdij van het leen up sabbins aldaar. Het zegel dat zijn kleinzoon Boudewijn de Meyere sinds 1342 gebruikte is op de omslag van dit boek afgebeeld. De geschiedenis en genealogie van het geslacht de Meijer worden uitgewerkt vanaf Lieven de Meyere, de eerste bewezen voorvader van wie een officiële akte – een pachtcontract uit 1509 – bewaard is gebleven. De familie vestigde zich in 1697 in het toenmalige Staats-Vlaanderen en verbreidde zich vervolgens in vier takken over Zeeuwsch-Vlaanderen en in de 20e eeuw over heel Nederland. Sinds de jaren 1990 is de naam van de familie verbonden aan een nieuw natuurgebied, het Eiland van de Meijer, dat gelegen is tussen de Kraaghoeve, het dorp Zaamslag en het gehucht Spui in de huidige gemeente Terneuzen.

Voor bestellingen ga naar het einde van deze pagina

Het boek bevat ruim 712 pagina's, 200 foto's, 17 tabellen en 2 registers. Het is te bestellen bij de auteur en kost € 59,50 (excl. verzendkosten).

Geef via het contactformulier uw naam, adres en telefoonnummer door. De auteur zal dan contact met u opnemen voor de afhandeling van de bestelling.

Verrebroek

 

Het dorp Verrebroek speelt een grote rol in de geschiedenis van onze voorouders. In zijn ruim 150 pagina's tellende monografie "Het Gelacht Van Haelst in Verrebroek"  gaat Guy van Haelst in op de plaats van onze voorouders in de samenleving van Verrebroek en omliggende polders en dorpen. 

 

De oprukkende haven en industrie westelijk van Antwerpen hebben het gebied onder de voet gelopen. Veel boerderijen zijn verdwenen, in de Prosperpolder is 'nieuwe natuur' gecreëerd en de Hedwigepolder, aan de Zeeuws-Vlaamse kant, wordt opgeofferd aan de 'natuurcompensatie'. De journalist-schrijver Chris de Stoop, boerenzoon uit St. Gillis-Waas, heeft hier een paar mooie boeken over geschreven: 'De Bres' en 'Dit is mijn Hof'. Lees meer...

 

Hieronder staat een samenvatting van een artikeltje, dat Guy van Haelst wijdde aan Verrebroek als bijlage bij zijn 'Mededelingen' betreffende onze familiegeschiedenis en genealogie. De passages, die al in de eerder genoemde monografie voorkwamen, zijn weggelaten.

 

 

Brouc aen de Verre

 

door Guy van Haelst

 

In de geschiedenis van ons geslacht vormt de oude poldergemeente Verrebroek (sedert 1977 fusiegemeente met Beveren) een belangrijke schakel tussen de 17e en 18e eeuw in. Vóór die tijd woonden onze voorouders in Belsele (gefuseerd met Sint-Niklaas) en, voor zover we konden nagaan in de cijnsboeken, nog eerder rond Eksaarde, Daknam en Dendermonde.'Zie de monografiën 'Speurtocht door de Middeleeuwen' en 'De Leenheren van het geslacht Van Haelst'.

Laurentius (Laureys) van Aelst (°St. Niklaas 1654) huwde op 17 mei 1618 in Verrebroek met de 16-jarige Cathelijne Van Dael (St. Niklaas 1662). Zij was door haar familie mede-eigenares geworden van een 'coorenwintmeule gestaen in de Hooge Wilde te Verrebrouc'. Om die reden vestigde Laureys zich in Verrebroek en toen Cathelljne kort na de geboorte van hun kindje jong overleed (ze was pas 26 in 1679) werd hij eigenaar van de windmolen. Zijn negen kinderen uit het tweede huwelijk (1681) met Maria Van Strijdonck werden allen in Verrebroek geboren. De tweede zoon Petrus, die in 1726 op 37-jarige leeftijd stierf, had het molenbedrijf voortgezet. Ook de kinderen van het 7e kind, Jan-Baptist van Aelst (tweemaal gehuwd en vader van 21 kinderen) zijn allen in Verrebroek geboren. Het is uit deze tak dat onze tot nu toe bekende stamboom zich ontwikkelde. De meeste kinderen bleven in Verrebroek of omgeving, één vestigde zich in Kallo en twee in Zuiddorpe, Zeeuws-Vlaanderen, waarover later meer. Gezien de belangrijke plaats die Verrebroek voor onze familie geweest is, vinden wij het van belang de historische, sociale, kulturele, politieke en economische achtergrond van deze plek in vroegere tijden te omschrijven.

 

De naam 'Verrebroek','Brouc aen de Verre', verschijnt voor 't eerst in in een oorkonde van 1141 ondertekend door paus Innocentius II. Daarin bekrachtigt de paus de begiftiging door Iwein van Aelst (1) als heer van Waas, gedaan in 1139. Dit behelsde de priorij te Saleghem die hij in 1136 had laten bouwen en andere bezittingen, waaronder Verrebroek, die hij in 1139 aan de abdij van Drongen schenkt. De 'verre' was een waterloop die liep van Sint Gillis naar Kallo. Hiervan bleef slechts een kronkelende gracht over. Gedurende honderden jaren (zeker vanaf de 14e eeuw) vocht deze nederzetting tegen het woeste Scheldewater. Naast ellende bracht dat ook voorspoed gezien een rijke polderklei zich verspreidde over het land. Hier kwamen natuurlijk ook dammen en dijken aan te pas die beurtelings wegspoelden en weer opgebouwd werden. Na verloop van tijd lagen hier in de naakte vruchtbare polderstreek hoeven met uitgestrekte landerijen die bewerkt werden dankzij talrijke knechten en meiden.

 

Wat verder op 'de Hoogen Wilde' waar magere zandgronden gebleven waren, hadden de boeren kleinere percelen, bescheidener hofsteden en minder volk. Ook de turfwinning kwam tot ontwikkeling zodat de bevolking op de zandrug zich gevoelig uitbreidde. Moer- of veendelvers vonden hun broodwinning "up die moere in de woestine". Tot ca 1570 was Verrebroek een centrum van de turfwinning.

 

 

De parochiekerk alhier heet niet voor niets St. Laurentius, hij was de patroon van de turfstekers. Werken en wroeten was hier het parool. Van onze voorvaderen bleven de taaisten het volhouden ook als gevolg van de natuurlijke selectie (2). Maar tevens ontstonden sterke familiebanden. Om te eten en te drinken bestonden allerlei gelegenheden: gildefeesten, openbare verkopen, kermissen, jaarmarkten, bruiloften, doopfeesten, uitvaarten... Toch was het dorp voor de polderboer eerst en vooral de kerk. De zware kerktoren van Verrebroek wordt niet ten onrechte de 'Kathedraal van de Polder' genoemd. Pastoors - onuitwisbaar merkteken - waren onkreukbaar en hadden veel invloed. De boeremensen keken naar hen op en vervulden ijverig hun kerkelijke plichten. Rijkere lui deelden bij begrafenissen en jaargetijden brood aan den armen uit. Ook van onze eigen voorvaderen hebben wij heel wat voorbeelden gezien van eeuwigdurende 'fondatie voor de armen van Verrebroek'. Zo ook in 1762 "compareerde voor ons meyer borgemeester ende schepene der prochie van Verrebrouc, in persoone Joseph van Haelst , filius Jan-Baptist, welcken comparant verclaert mits desen aen armen disch van het selve Verrebrouc midts desen te verkennen een eeuwige rente van acht guldens 't jaers, waer voren de voornoemde armen sal moeten doen een eeuwige jaergetijde voor de comparanten hunne ouders, susters, broeders ende aen het rouwde (rouwplechtigheid) met Uytdeelen voor de voornoemde acht guldens om thien schellingen broodt 't jaers (3).

 

Tot ver in de 19e eeuw konden de meesten noch lezen noch schrijven. Zo moesten zij als getuigen bij doopsels, huwelijken en begrafenissen een kruis onderaan het register plaatsen (4): 

dit is het merck: X 

Sic X signat sponsus

Sic X signat sponsa 

 

Het Land van Waas maakte, politiek gezien, eertijds deel uit van het graafschap Vlaanderen. In dat gebied waren er echter enclaves o.a. heerlijkheden door de graaf geschonken aan zijn trouwe vazallen zoals de heer van Aalst. de heer van Beveren, enz . Sommigen onder hen dachten ook op tijd aan hun ziele zaligheid en deelden dan met milde hand en in een gezegende sfeer van devotie, eigendommen uit aan de Kerk en abdijen. 

 

Zo kwamen vele bezittingen in de polder toe aan de abdij van Drongen (zie de schenking door Iwein van Aelst hierboven). Omdat zij zelf al bekeerd waren wensten de heren dat het ware geloof ook aan hun onderdanen verkondigd werd. Monniken werden hier de eerste dorpspastoors. Omstreeks 1400 telde men in Verrebroek ongeveer 1600 inwoners. In 1574 was dit reeds opgelopen tot 2100 inwoners. Vanzelfsprekend begonnen de adellijke machthebbers hun gebieden ook te verpachten. Contracten, rekeningen, eigendommen werden opgemaakt door de kasteleins. De Heerlijkheid van Beveren waartoe ook Verrebroek behoorde, was een belangrijk moergebied van de graaf. Het leverde 85 % van al zijn moerpachten op.Het einde van deze bloeiperiode kwam met de onderwaterzettingvan de Scheldepolders tijdens de Spaanse bezetting. Nadat Alva in de Lage Landen meer dan 1150 mensen liet onthoofden (waaronder o.a. de edelen Egmont en Hoorn), maar de Beeldenstorm niet kon beletten, dreef Alexander Farnese de opstandige Zeeuwen steeds verder naar het Noorden. Om die opmars onmogelijk te maken hadden de Geuzen in 1583 de dijken van de polders doorgestoken. Dit overspoelde alle gronden die lager dan 4 m boven zeeniveau lagen. Van Hulst tot Beveren stond bijna alles onder water. Enkel de zandige hoogten rond Verrebroek en Kallo staken boven het water uit.De Spanjaarden bouwden versterkingen o.a. een fort in Verrebroek. Hierdoor bleef permanent een Spaans garnizoen op dit grondgebied. Steeds meer mensen gingen op de loop. Meer dan 150 hofsteden waren verwoest en een 40-tal andere waren onbewoonbaar door de overstroming. Zelfs op de drooggebleven grond rond de kerk en de dijk was het niet veilig. Plunderende soldaten deden zich te goed. De rug die boven water bleef uitsteken was ongeveer 250 ha. Hierop kon men wat vee laten grazen of grond bewerken. In 1615 noteerde de bisschop van Gent dat er geen pastoor was en dat er 6 tot 8 gezinnen rond de kerk van Verrebroek Woonden. Die kerk bestond toen enkel uit een toren.

 

 

Toestand rond Verrebroek omstreeks 1600. De dorpskernen Verrebroek, Kallo en Kieldrecht liggen boven water; dit zijn de zgn. 'donken'.

 

In 1616 wordt dan de Verrebroekpolder drooggelegd (5). Bewoners keren terug, militairen uit het fort kopen grond en vestigen zich hier. Verrebroek kwam tot 400 inwoners. Op de Hooge Wilde werd een nieuwe windmolen gebouwd, er was immers opnieuw graan om te malen. Toch kwam aan de ellende nog geen einde. Bij de Slag van Kallo in 1638 probeerden de Staatse troepen (= de Noordelijke Nederlanden) na het vertrek van Farnese Antwerpen te veroveren. Eerst hadden ze succes maar uiteindelijk werd Willem van Nassau na een bloedige strijd verslagen. Bij deze gebeurtenissen lag Verrebroek weer in puin. De bisschop van Gent, Antoon Triest noteerde bij zijn bezoek aan Verrebroek een maand na deze veldslag: 'we hebben de kerk bezocht , totaal vernield door ketters. Er zijn weinig inwoners: bijna allen zijn gevlucht. Hun huizen zijn vernield en hun akkers verwoest. De pastoor is hardhorig, maar dat moet voorlopig zo blijven tot een andere zal gevonden worden voor zo'n afschrikwekkende plaats'.

 

Tien jaar later, in 1648, regelde de Vrede van Munster de politieke verhoudingen. De Zuidelijke Nederlanden bleven in Spaanse handen. Toch betekende dit geen volstrekte vrede: de omringende landen, de Republiek van de Verenigde Provinciën, Engeland en Frankrijk, vochten geregeld een robbertje uit, soms tegen Spanje , soms onderling.

 

Aan die Spaanse tijd kwam een einde met het Verdragvan Utrecht (1713) waarbij de Zuidelijke Nederlanden in het bezit kwamen van de Habsburgers, zeg maar de keizer van Oostenrijk. Het werd de tijd van de Verlichting waarbij men in naam van de Rede alles met het gezond verstand probeer de te veranderen. We herkennen die tijd ook in de voornamenvan ons eigen geslacht: vele Jozef's en Maria-Theresia's.

 

Het einde van deze eeuw bracht weer sombere tijden: de Franse Revolutie (1789). Drie jaar later trokken de Franse revolutionaire legers de Oostenrijkse Nederlanden binnen en versloegen de troepen van de Weense keizer. Dit was in het begin een schrikbewind: kerken, abdijen en kastelen werden geplunderd en in puin geschoten. Soldaten met brede broekspijpen (schimpend 'sansculotten' = zonder broeken genoemd) sleepten duizenden boeken uit de bibliotheken en verwarmden zich aan hun vuur. Bisschoppen, pastoors, kasteelheren en anderen verdwenen achter de tralies of werden vermoord. Kerkelijke diensten waren verboden. In oktober 1797 ging ook de kerk van Verrebroek dicht. Pastoor Martena dook onder. Missen, doopsels en huwelijken werden in het geheim gehouden (6). Koster Pieter Vereecken probeerde kerkmeubilair dat openbaar verkocht werd, te recupereren.

 

De pastoor hield het niet lang uit en stierf op 24 juni 1803. ln 1804 werd zelfs de torenspits gehalveerd om er een semafoor ten gerieve van de Franse legers op te plaatsen. Het is ons allen bekend hoe ons land na de Slag van Waterlo (1815) deel uitmaakte van het Koninkrijk der Nederlanden wat in de hele streek maar weinig toenadering tot het Zeeuws-Vlaanderen van de Geuzen van weleer meebracht. Dat Verrebroek nadien in het Koninkrijk België (1830) evenmin gehoord werd, zal wel niemand verbazen.

 

Tot in deze eeuw waren een aantal stamgenoten burgemeester (of echtgenote van de burgemeester) van Verrebroek:

Jan-Baptist van Haelst: 1750 - 1761

Robertina van Haelst was gehuwd met burgemeester Joannes Paulus van der Elst: 1761 - 1770

Ferdinandus Gregorius van Haelst: 1798 - 1827

Petrus Franciscus van Haelst: 1848 - 1864

Verscheidene van voorouders liggen begraven in het koor van de kerk of hebben een grafsteen verwerkt in de buitenmuur van het koor.

 

Na de laatste restauratiefase, die aanving op 1 augustus 1978 en werd beëindigd op 4 juli 1979, waarbij vloeren werden opgebroken, stelde men met verbazing vast dat van de grafsteen van Laureys van Aelst geen spoor meer te vinden was, terwijl anderzijds de vier skeletten (drie mannelijke en één vrouwelijke) nog bij elkaar lagen. In de loop der tijden werden grafstenen nogal eens verplaatst: dit stelt men vast in bijna alle kerken. Het resultaat van de restauratie was evenwel schitterend: wellicht tooide de 'kathedraal van de polder' zich zodanig om alle speculanten van havenuitbreidingen in de toekomst af te schrikken (de totale kostprijs van deze opknapbeurt bedroeg dan ook 57 miljoen) (7).

 

En wat met de mensen van nu? Je vindt er geen 'Van Haelst'en" meer zoals weleer op één enkele uitzondering na. En de mensen zijn geen polderboeren meer. In de voorbije 25 jaar veranderde de gemeente op elk vlak: bouwstop, onteigening en gemeentefusies, inwijking en 'n schuchter begin van 'n ambachtelijke zone. De grote bedreiging is de moeilijk te stuiten uitbreiding van de Antwerpse haven met sluizen, dokken, enz. In de jaren '60 stelde een gewestplan voor de woongebieden Kallo, Doel, Meerdonk en Verrebroek in hun totaliteit te onteigenen! Er werd zelfs een algemeen bouwverbod afgekondigd. Later werd dit gelukkig afgezwakt tot de lijn Verrebroek-Kieldrecht in het westen en de expresweg Antwerpen-Zelzate in het zuiden. Er is in ieder geval veel verdwenen: landschappen, oude namen, dijken en rijke polders. Zelfs de horizon en de lucht van weleer. Toch heeft Verrebroek nog rond 1700 inwoners ook door het scheppen van woonruimten voor inwijkelingen die elke dag naar Antwerpen en St. Niklaas pendelen.

 

Is er nog wel iets herkenbaar van de vroegere eigenheid? Zijn er nog "Flippen"? (de bijnaam van de Verrebroekenaars naar hun idool: de 1648 in Verrebroek geboren anatoom-patoloog dr. Philip Verheyen). Ook hier geldt die ontroerende poëzie van Wim Sonneveld:

"dit dorp, ik weet nog hoe het was,

de boerenkinderen in de klas, 

een kar die ratelt op de keien, 

het raadhuis met een pomp ervoor,

een zandweg tussen koren door, 

het vee, de boerderijen ..." 

 

____________

(1) Deze mogelijke verre voorouder stierf in 1144. Zijn gedenkplaat siert de abdij van Drongen. 

(2) 'Goed beeld van het leven in de polderdorpen vindt U in het Poldermuseum van Lillo-Fort. 

(3) Uit Erfenisboeken Verrebroek Boek 30 blz. 266-267 

(4) Jan-Bapt.Van Haelst (†1761) had evenwel 'n prachtige handtekening(zie Ie zending 

(5) Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621). In diezelfde periode werd ook de Autrichepolder bij Westdorpe aangelegd. Zie onder Familie De Meijer.

(6) Voor genealogen ia dit een zeer vervelende tijd. De parochieregisters werden immers niet regelmatig bijgehouden of zijn verdwenen, zodat men meestal niet over gegevens inzake geboorten, huwelijken en overlijdens beschikt.

(7) Of dit franken waren of euro's is niet vermeld.

 

 

Het zegel dat Boudewijn de Meyere sinds 1342 gebruikte en dat staat afgebeeld op de omslag van het boek

Genealogie de Meijer 1262 - 1509 - 2017

door dr. Paul H.E.M. de Meijer.

Links naar andere De Meijer pagina's

en documenten:

De Familie De Meijer (korte inleiding)

De Meijer uit Zeveneken

Aug. de Meijer & Zonen BV

Biografieën De Meijer

x